BWBR0049842
Geldig vanaf 2025-01-28
Artikel 2.2.3
Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit
1. De Minister kan op grond van deze paragraaf subsidie verstrekken voor investeringen in de aanleg of uitbreiding van een publiek toegankelijke elektrische laadlocatie in Nederland die geschikt is of wordt voor zwaar elektrisch wegvervoer tot een maximum van 3.600 kW en die:
a. over minimaal 1.400 kW aan laadstations van 200 kW of meer beschikt die geschikt zijn voor zware voertuigen;
b. over minimaal twee laadstations beschikt met een vermogen van ten minste 350 kW;
c. voor alle laadpunten beschikt over een CCS- of MCS-connector;
d. voor alle laadpunten is voorzien van funderingen die geschikt zijn voor voertuigen van ten minste 50 ton;
e. voor alle laadpunten doorrijhoogtes heeft van minimaal 4,2 meter;
f. voor alle laadpunten beschikt over fysieke ruimtes voor het laden van een trekker met oplegger combinatie van 16,5 meter;
g. te allen tijde publiek toegankelijk is, ongeacht of de laadlocatie zich op openbaar dan wel op privéterrein bevindt; en
h. minimaal 40 uur per week is geopend in de periode tussen 9 uur en 21 uur.
2. Indien de aanvrager aangeeft dat ter plaatse van de laadlocatie waarvoor subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt aangevraagd, binnen twee jaar na indiening van de aanvraag onvoldoende netcapaciteit beschikbaar is of zal komen, kan de Minister subsidie verstrekken voor een investering in een stationaire batterij tot een maximum van 1.400 kWh per laadlocatie.
a. over minimaal 1.400 kW aan laadstations van 200 kW of meer beschikt die geschikt zijn voor zware voertuigen;
b. over minimaal twee laadstations beschikt met een vermogen van ten minste 350 kW;
c. voor alle laadpunten beschikt over een CCS- of MCS-connector;
d. voor alle laadpunten is voorzien van funderingen die geschikt zijn voor voertuigen van ten minste 50 ton;
e. voor alle laadpunten doorrijhoogtes heeft van minimaal 4,2 meter;
f. voor alle laadpunten beschikt over fysieke ruimtes voor het laden van een trekker met oplegger combinatie van 16,5 meter;
g. te allen tijde publiek toegankelijk is, ongeacht of de laadlocatie zich op openbaar dan wel op privéterrein bevindt; en
h. minimaal 40 uur per week is geopend in de periode tussen 9 uur en 21 uur.
2. Indien de aanvrager aangeeft dat ter plaatse van de laadlocatie waarvoor subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt aangevraagd, binnen twee jaar na indiening van de aanvraag onvoldoende netcapaciteit beschikbaar is of zal komen, kan de Minister subsidie verstrekken voor een investering in een stationaire batterij tot een maximum van 1.400 kWh per laadlocatie.