BWBR0049842
Geldig vanaf 2025-01-28
Artikel 2.1.14
Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit
1. Een aanvrager kan bij de Minister een aanvraag tot vaststelling van de subsidie indienen door middel van een daartoe vastgesteld formulier dat beschikbaar is via de website van RVO.
2. De aanvrager kan bij RVO een eenmalig verzoek doen tot uitstel van maximaal 12 maanden van de indiening van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, indien hij kan aantonen dat de realisatie van het waterstoftankstation of de levertijd van nieuwe emissievrije waterstofvoertuigen langer is dan de periode, genoemd in artikel 2.1.12, eerste lid.
3. In aanvulling op artikel 24 van het Kaderbesluitbevat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel a, in elk geval de volgende gegevens:
a. indien het waterstoftankstation reeds operationeel is, de afschriften van de leveringscontracten voor waterstof als bedoeld in 2.1.12, tweede lid, over de laatste 12 maanden van de projectperiode;
b. een afschrift van het actuele leveringscontract voor waterstof als bedoeld in 2.1.12, tweede lid.
4. In aanvulling op artikel 24 van het Kaderbesluitbevat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel b, in elk geval de volgende gegevens:
a. de overeenkomst op basis waarvan het nieuwe emissievrije waterstofvoertuig is aangeschaft;
b. een document waaruit blijkt dat het nieuwe emissievrij waterstofvoertuig: i. op naam van de subsidieontvanger is gesteld; of
ii. op naam van de subsidieontvanger met een verstrekkingsvoorbehoud is geregistreerd in het kentekenregister;
i. op naam van de subsidieontvanger is gesteld; of
ii. op naam van de subsidieontvanger met een verstrekkingsvoorbehoud is geregistreerd in het kentekenregister;
c. het kenteken van het nieuwe emissievrije waterstofvoertuig dat is vermeld in de overeenkomst.
5. In aanvulling op artikel 24 van het Kaderbesluitbevat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel c, in elk geval de volgende gegevens:
a. de overeenkomst op basis waarvan de retrofitting heeft plaatsgevonden;
b. het kenteken van het betrokken waterstofvoertuig.
2. De aanvrager kan bij RVO een eenmalig verzoek doen tot uitstel van maximaal 12 maanden van de indiening van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, indien hij kan aantonen dat de realisatie van het waterstoftankstation of de levertijd van nieuwe emissievrije waterstofvoertuigen langer is dan de periode, genoemd in artikel 2.1.12, eerste lid.
3. In aanvulling op artikel 24 van het Kaderbesluitbevat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel a, in elk geval de volgende gegevens:
a. indien het waterstoftankstation reeds operationeel is, de afschriften van de leveringscontracten voor waterstof als bedoeld in 2.1.12, tweede lid, over de laatste 12 maanden van de projectperiode;
b. een afschrift van het actuele leveringscontract voor waterstof als bedoeld in 2.1.12, tweede lid.
4. In aanvulling op artikel 24 van het Kaderbesluitbevat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel b, in elk geval de volgende gegevens:
a. de overeenkomst op basis waarvan het nieuwe emissievrije waterstofvoertuig is aangeschaft;
b. een document waaruit blijkt dat het nieuwe emissievrij waterstofvoertuig: i. op naam van de subsidieontvanger is gesteld; of
ii. op naam van de subsidieontvanger met een verstrekkingsvoorbehoud is geregistreerd in het kentekenregister;
i. op naam van de subsidieontvanger is gesteld; of
ii. op naam van de subsidieontvanger met een verstrekkingsvoorbehoud is geregistreerd in het kentekenregister;
c. het kenteken van het nieuwe emissievrije waterstofvoertuig dat is vermeld in de overeenkomst.
5. In aanvulling op artikel 24 van het Kaderbesluitbevat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel c, in elk geval de volgende gegevens:
a. de overeenkomst op basis waarvan de retrofitting heeft plaatsgevonden;
b. het kenteken van het betrokken waterstofvoertuig.