BWBR0049842
Geldig vanaf 2025-01-28
Artikel 2.1.7
Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit
1. Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, is:
a. € 18.000.000 voor het jaar 2024;
b. € 26.650.000 voor het jaar 2025.
2. Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, is:
a. € 10.000.000 voor het jaar 2024;
b. € 14.000.000 voor het jaar 2025.
3. Indien een subsidieplafond, als bedoeld in eerste lid, voor dat jaar ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het tweede lid.
4. Indien een subsidieplafond, als bedoeld in tweede lid, voor dat jaar ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het eerste lid.
5. De Minister stelt de subsidieplafonds vast voor de jaren 2025 tot en met 2028 en geeft hiervan kennis in de Staatscourant voor aanvang van het kalenderjaar waarvoor het betreffende subsidieplafond wordt vastgesteld.
6. De Minister verdeelt de in de betreffende subsidieperiode beschikbare gelden op volgorde van rangschikking van de aanvragen.
a. € 18.000.000 voor het jaar 2024;
b. € 26.650.000 voor het jaar 2025.
2. Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, is:
a. € 10.000.000 voor het jaar 2024;
b. € 14.000.000 voor het jaar 2025.
3. Indien een subsidieplafond, als bedoeld in eerste lid, voor dat jaar ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het tweede lid.
4. Indien een subsidieplafond, als bedoeld in tweede lid, voor dat jaar ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het eerste lid.
5. De Minister stelt de subsidieplafonds vast voor de jaren 2025 tot en met 2028 en geeft hiervan kennis in de Staatscourant voor aanvang van het kalenderjaar waarvoor het betreffende subsidieplafond wordt vastgesteld.
6. De Minister verdeelt de in de betreffende subsidieperiode beschikbare gelden op volgorde van rangschikking van de aanvragen.