BWBR0049842
Geldig vanaf 2025-01-28
Artikel 2.2.12
Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit
1. In aanvulling op artikel 17 van het Kaderbesluitis de subsidieontvanger verplicht:
a. alle laadpunten binnen twee jaar na de subsidieverlening volledig beschikbaar te hebben voor gebruik door zware elektrische wegvoertuigen, waarbij de laadlocatie voldoet aan artikel 2.2.3, eerste lid, onderdelen a tot en met h;
b. uiterlijk ten tijde van de aanvraag tot subsidievaststelling uitsluitend hernieuwbare elektriciteit te laten leveren voor de laadstations; en
c. een laadsysteem te gebruiken dat permanent met het internet is verbonden waarbij de communicatie volgens het Open Charge Point Protocol versie 1.6 of hoger verloopt.
2. In aanvulling op het eerste lid is de subsidieontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 2.2.3, eerste lid, verplicht gedurende 36 aaneengesloten maanden na vaststelling van de subsidie:
a. de laadinfrastructuur in te zetten als laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen die te allen tijde voor het publiek toegankelijk is; en
b. de laadinfrastructuur als publiek toegankelijk laadstation op te laten nemen in het publieke register.
3. In aanvulling op het eerste lid is de subsidieontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 2.2.3, tweede lid, verplicht gedurende 36 aaneengesloten maanden na vaststelling van de subsidie:
a. de stationaire batterij, zonder overdracht aan derden, in eigendom te hebben; en
b. ervoor zorg te dragen dat ten minste 70% van het aantal kWh dat uit de stationaire batterij wordt ontladen, wordt geleverd aan laadstations.
a. alle laadpunten binnen twee jaar na de subsidieverlening volledig beschikbaar te hebben voor gebruik door zware elektrische wegvoertuigen, waarbij de laadlocatie voldoet aan artikel 2.2.3, eerste lid, onderdelen a tot en met h;
b. uiterlijk ten tijde van de aanvraag tot subsidievaststelling uitsluitend hernieuwbare elektriciteit te laten leveren voor de laadstations; en
c. een laadsysteem te gebruiken dat permanent met het internet is verbonden waarbij de communicatie volgens het Open Charge Point Protocol versie 1.6 of hoger verloopt.
2. In aanvulling op het eerste lid is de subsidieontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 2.2.3, eerste lid, verplicht gedurende 36 aaneengesloten maanden na vaststelling van de subsidie:
a. de laadinfrastructuur in te zetten als laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen die te allen tijde voor het publiek toegankelijk is; en
b. de laadinfrastructuur als publiek toegankelijk laadstation op te laten nemen in het publieke register.
3. In aanvulling op het eerste lid is de subsidieontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 2.2.3, tweede lid, verplicht gedurende 36 aaneengesloten maanden na vaststelling van de subsidie:
a. de stationaire batterij, zonder overdracht aan derden, in eigendom te hebben; en
b. ervoor zorg te dragen dat ten minste 70% van het aantal kWh dat uit de stationaire batterij wordt ontladen, wordt geleverd aan laadstations.