BWBR0049842
Geldig vanaf 2025-01-28
Artikel 2.3.6
Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit
1. De subsidie bedraagt voor de activiteit, bedoeld in artikel 2.3.3, eerste lid, onderdeel a, 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 3.500, met dien verstande dat de subsidie per aanvrager, of indien meerdere aanvragers tot dezelfde groep behoren, per groep, maximaal € 10.000 per kalenderjaar bedraagt.
2. De subsidie bedraagt voor de activiteit, bedoeld in artikel 2.3.3, eerste lid, onderdeel b:
a. voor een grote onderneming het maximum per laadstation bedoeld in bijlage 5;
b. voor een mkb-onderneming het maximum per laadstation bedoeld in bijlage 5.
3. Onverminderd het tweede lid is de subsidiehoogte bij een modulair systeem, waarbij sprake is van een fysieke scheiding tussen laadstations en vermogenskast, gebaseerd op de som van het geïnstalleerd vermogen dat parallel maximaal geleverd kan worden door de vermogenskast.
4. De subsidie voor aanvragen als bedoeld in artikel 2.3.11wordt verminderd met 11,25% forfaitaire milieu-investeringsaftrek over de gemelde in aanmerking komende investeringskosten bedoeld in artikel 2.3.11, tweede lid, onderdeel i.
5. In aanvulling op het tweede en derde lid bedraagt de subsidie per aanvrager maximaal € 350.000 per kalenderjaar.
6. In afwijking van het vijfde lid geldt geen maximum indien de aanvrager OV-concessiehouder is.
7. De subsidie bedraagt voor de activiteit, bedoeld in artikel 2.3.3, vierde lid:
a. voor een grote onderneming € 70 per kWh opslag;
b. voor een mkb-onderneming € 100 per kWh opslag.
8. Onverminderd het tweede en zevende lid bedraagt de subsidie ten hoogste:
a. 40% van de subsidiabele kosten voor een mkb-onderneming;
b. 20% van de subsidiabele kosten voor een grote onderneming.
2. De subsidie bedraagt voor de activiteit, bedoeld in artikel 2.3.3, eerste lid, onderdeel b:
a. voor een grote onderneming het maximum per laadstation bedoeld in bijlage 5;
b. voor een mkb-onderneming het maximum per laadstation bedoeld in bijlage 5.
3. Onverminderd het tweede lid is de subsidiehoogte bij een modulair systeem, waarbij sprake is van een fysieke scheiding tussen laadstations en vermogenskast, gebaseerd op de som van het geïnstalleerd vermogen dat parallel maximaal geleverd kan worden door de vermogenskast.
4. De subsidie voor aanvragen als bedoeld in artikel 2.3.11wordt verminderd met 11,25% forfaitaire milieu-investeringsaftrek over de gemelde in aanmerking komende investeringskosten bedoeld in artikel 2.3.11, tweede lid, onderdeel i.
5. In aanvulling op het tweede en derde lid bedraagt de subsidie per aanvrager maximaal € 350.000 per kalenderjaar.
6. In afwijking van het vijfde lid geldt geen maximum indien de aanvrager OV-concessiehouder is.
7. De subsidie bedraagt voor de activiteit, bedoeld in artikel 2.3.3, vierde lid:
a. voor een grote onderneming € 70 per kWh opslag;
b. voor een mkb-onderneming € 100 per kWh opslag.
8. Onverminderd het tweede en zevende lid bedraagt de subsidie ten hoogste:
a. 40% van de subsidiabele kosten voor een mkb-onderneming;
b. 20% van de subsidiabele kosten voor een grote onderneming.