BWBR0041330
Geldig vanaf 2024-07-01
Artikel 9.21
Besluit activiteiten leefomgeving
1. Het is verboden een activiteit als bedoeld in artikel 9.19te verrichten zonder dit ten minste vier weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.
2. Een melding bevat:
a. voor het bouwen, aanleggen of plaatsen van een kabel of leiding: 1°. een beschrijving van de soort kabel of leiding;
2°. een beschrijving van de wijze van aanleg van de kabel of leiding;
3°. de ligging van de kabel of leiding en van objecten die daarmee samenhangen in x-, y- en z-coördinaten op de basisbeheerkaart;
4°. bij een leiding onder druk: een berekening van de erosiekrater;
5°. als een gestuurde boring of persing wordt gebruikt: een werkplan; en
6°. als wordt geboord bij de fundering van een viaduct: een beschrijving van de invloed van de boring op de fundering;
1°. een beschrijving van de soort kabel of leiding;
2°. een beschrijving van de wijze van aanleg van de kabel of leiding;
3°. de ligging van de kabel of leiding en van objecten die daarmee samenhangen in x-, y- en z-coördinaten op de basisbeheerkaart;
4°. bij een leiding onder druk: een berekening van de erosiekrater;
5°. als een gestuurde boring of persing wordt gebruikt: een werkplan; en
6°. als wordt geboord bij de fundering van een viaduct: een beschrijving van de invloed van de boring op de fundering;
b. voor het in stand houden van een kabel of leiding: 1°. een beschrijving van de werkzaamheden aan de kabel of leiding; en
2°. de ligging van de kabel of leiding en van objecten die daarmee samenhangen in x-, y- en z-coördinaten op de basisbeheerkaart; en
1°. een beschrijving van de werkzaamheden aan de kabel of leiding; en
2°. de ligging van de kabel of leiding en van objecten die daarmee samenhangen in x-, y- en z-coördinaten op de basisbeheerkaart; en
c. voor het slopen of verwijderen van een kabel of leiding: 1°. een kabelverwijderingsplan; en
2°. de ligging van de kabel of leiding en van objecten die daarmee samenhangen in x-, y- en z-coördinaten op de basisbeheerkaart.
1°. een kabelverwijderingsplan; en
2°. de ligging van de kabel of leiding en van objecten die daarmee samenhangen in x-, y- en z-coördinaten op de basisbeheerkaart.
3. Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.
4. Dit artikel is niet van toepassing:
a. als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 9.20; en
b. op het in de beschermingszone van een beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg bouwen, aanleggen of plaatsen van: 1°. gasleidingen met een diameter van ten hoogste 110 mm en een druk van ten hoogste 4 bar;
2°. waterleidingen met een diameter van ten hoogste 44 mm en een druk van ten hoogste 4 bar;
3°. drukloze rioleringsbuizen met een diameter van ten hoogste 160 mm; of
4°. overige kabels en leidingen met een diameter van ten hoogste 110 mm en een druk van ten hoogste 4 bar.
1°. gasleidingen met een diameter van ten hoogste 110 mm en een druk van ten hoogste 4 bar;
2°. waterleidingen met een diameter van ten hoogste 44 mm en een druk van ten hoogste 4 bar;
3°. drukloze rioleringsbuizen met een diameter van ten hoogste 160 mm; of
4°. overige kabels en leidingen met een diameter van ten hoogste 110 mm en een druk van ten hoogste 4 bar.
2. Een melding bevat:
a. voor het bouwen, aanleggen of plaatsen van een kabel of leiding: 1°. een beschrijving van de soort kabel of leiding;
2°. een beschrijving van de wijze van aanleg van de kabel of leiding;
3°. de ligging van de kabel of leiding en van objecten die daarmee samenhangen in x-, y- en z-coördinaten op de basisbeheerkaart;
4°. bij een leiding onder druk: een berekening van de erosiekrater;
5°. als een gestuurde boring of persing wordt gebruikt: een werkplan; en
6°. als wordt geboord bij de fundering van een viaduct: een beschrijving van de invloed van de boring op de fundering;
1°. een beschrijving van de soort kabel of leiding;
2°. een beschrijving van de wijze van aanleg van de kabel of leiding;
3°. de ligging van de kabel of leiding en van objecten die daarmee samenhangen in x-, y- en z-coördinaten op de basisbeheerkaart;
4°. bij een leiding onder druk: een berekening van de erosiekrater;
5°. als een gestuurde boring of persing wordt gebruikt: een werkplan; en
6°. als wordt geboord bij de fundering van een viaduct: een beschrijving van de invloed van de boring op de fundering;
b. voor het in stand houden van een kabel of leiding: 1°. een beschrijving van de werkzaamheden aan de kabel of leiding; en
2°. de ligging van de kabel of leiding en van objecten die daarmee samenhangen in x-, y- en z-coördinaten op de basisbeheerkaart; en
1°. een beschrijving van de werkzaamheden aan de kabel of leiding; en
2°. de ligging van de kabel of leiding en van objecten die daarmee samenhangen in x-, y- en z-coördinaten op de basisbeheerkaart; en
c. voor het slopen of verwijderen van een kabel of leiding: 1°. een kabelverwijderingsplan; en
2°. de ligging van de kabel of leiding en van objecten die daarmee samenhangen in x-, y- en z-coördinaten op de basisbeheerkaart.
1°. een kabelverwijderingsplan; en
2°. de ligging van de kabel of leiding en van objecten die daarmee samenhangen in x-, y- en z-coördinaten op de basisbeheerkaart.
3. Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.
4. Dit artikel is niet van toepassing:
a. als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 9.20; en
b. op het in de beschermingszone van een beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg bouwen, aanleggen of plaatsen van: 1°. gasleidingen met een diameter van ten hoogste 110 mm en een druk van ten hoogste 4 bar;
2°. waterleidingen met een diameter van ten hoogste 44 mm en een druk van ten hoogste 4 bar;
3°. drukloze rioleringsbuizen met een diameter van ten hoogste 160 mm; of
4°. overige kabels en leidingen met een diameter van ten hoogste 110 mm en een druk van ten hoogste 4 bar.
1°. gasleidingen met een diameter van ten hoogste 110 mm en een druk van ten hoogste 4 bar;
2°. waterleidingen met een diameter van ten hoogste 44 mm en een druk van ten hoogste 4 bar;
3°. drukloze rioleringsbuizen met een diameter van ten hoogste 160 mm; of
4°. overige kabels en leidingen met een diameter van ten hoogste 110 mm en een druk van ten hoogste 4 bar.