BWBR0041330
Geldig vanaf 2024-07-01
Artikel 6.7
Besluit activiteiten leefomgeving
1. Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld, of een vergunningvoorschrift als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/4.5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4.5 van de wet</a>kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk worden verbonden, over de artikelen 6.6, 6.12en 6.13en afdeling 6.2, met uitzondering van bepalingen:
a. waarin het toepassingsbereik van een paragraaf voor beperkingengebiedactiviteiten, lozingsactiviteiten, ontgrondingsactiviteiten, wateronttrekkingsactiviteiten of mijnbouwlocatieactiviteiten wordt bepaald; en
b. over meldingen.
2. Met een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 6.12en 6.13en afdeling 6.2, tenzij anders is bepaald.
3. Met een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift kan voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam voor een periode van ten hoogste negen maanden ook worden afgeweken van artikel 6.6, vierde lid, onder a en b, voor het testen of gebruiken van een nieuwe techniek die, als zij commercieel zou worden ontwikkeld:
a. een hoger of ten minste hetzelfde beschermingsniveau voor het milieu kan opleveren; en
b. grotere kostenbesparingen kan opleveren dan de voor de die activiteit bestaande beste beschikbare technieken.
4. Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk kan worden verbonden.
5. De volgende beoordelingsregels en bepalingen over vergunningvoorschriften zijn van overeenkomstige toepassing op het stellen van een maatwerkvoorschrift:
a. als het gaat om een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk: artikel 8.84 van het Besluit kwaliteit leefomgeving en afdeling 8.3 van het Omgevingsbesluit;
b. als het gaat om een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam: de artikelen 8.26, tweede tot en met vierde lid, 8.27, 8.28, 8.30, 8.31, 8.33, 8.84, 8.88, 8.92 en 8.98 tot en met 8.100 van het Besluit kwaliteit leefomgeving en afdeling 8.3 van het Omgevingsbesluit;
c. als het gaat om een mijnbouwlocatieactiviteit: artikel 8.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
d. als het gaat om een wateronttrekkingsactiviteit: de artikelen 8.84 en 8.89 van het Besluit kwaliteit leefomgeving en afdeling 8.3 van het Omgevingsbesluit; en
e. als het gaat om een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een mijnbouwinstallatie: artikel 8.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
6. Bij het stellen van een maatwerkvoorschrift over een ontgrondingsactiviteit wordt rekening gehouden met de gronden, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041313/artikel/8.76" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8.76, tweede lid, onder a en b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving</a>. Op het stellen van dat maatwerkvoorschrift zijn de beoordelingsregels in artikel 8.76, eerste en derde lid, van dat besluit en <a href="/wet/BWBR0041278" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 8.3 van het Omgevingsbesluit</a>van overeenkomstige toepassing.
a. waarin het toepassingsbereik van een paragraaf voor beperkingengebiedactiviteiten, lozingsactiviteiten, ontgrondingsactiviteiten, wateronttrekkingsactiviteiten of mijnbouwlocatieactiviteiten wordt bepaald; en
b. over meldingen.
2. Met een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 6.12en 6.13en afdeling 6.2, tenzij anders is bepaald.
3. Met een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift kan voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam voor een periode van ten hoogste negen maanden ook worden afgeweken van artikel 6.6, vierde lid, onder a en b, voor het testen of gebruiken van een nieuwe techniek die, als zij commercieel zou worden ontwikkeld:
a. een hoger of ten minste hetzelfde beschermingsniveau voor het milieu kan opleveren; en
b. grotere kostenbesparingen kan opleveren dan de voor de die activiteit bestaande beste beschikbare technieken.
4. Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk kan worden verbonden.
5. De volgende beoordelingsregels en bepalingen over vergunningvoorschriften zijn van overeenkomstige toepassing op het stellen van een maatwerkvoorschrift:
a. als het gaat om een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk: artikel 8.84 van het Besluit kwaliteit leefomgeving en afdeling 8.3 van het Omgevingsbesluit;
b. als het gaat om een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam: de artikelen 8.26, tweede tot en met vierde lid, 8.27, 8.28, 8.30, 8.31, 8.33, 8.84, 8.88, 8.92 en 8.98 tot en met 8.100 van het Besluit kwaliteit leefomgeving en afdeling 8.3 van het Omgevingsbesluit;
c. als het gaat om een mijnbouwlocatieactiviteit: artikel 8.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
d. als het gaat om een wateronttrekkingsactiviteit: de artikelen 8.84 en 8.89 van het Besluit kwaliteit leefomgeving en afdeling 8.3 van het Omgevingsbesluit; en
e. als het gaat om een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een mijnbouwinstallatie: artikel 8.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
6. Bij het stellen van een maatwerkvoorschrift over een ontgrondingsactiviteit wordt rekening gehouden met de gronden, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041313/artikel/8.76" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8.76, tweede lid, onder a en b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving</a>. Op het stellen van dat maatwerkvoorschrift zijn de beoordelingsregels in artikel 8.76, eerste en derde lid, van dat besluit en <a href="/wet/BWBR0041278" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 8.3 van het Omgevingsbesluit</a>van overeenkomstige toepassing.