BWBR0041330
Geldig vanaf 2024-07-01
Artikel 9.20
Besluit activiteiten leefomgeving
Het verbod, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/5.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.1, tweede lid, van de wet</a>, om zonder omgevingsvergunning een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg te verrichten, geldt voor de activiteiten, bedoeld in artikel 9.19, voor zover het gaat om het bouwen, aanleggen, plaatsen of in stand houden van:
a. elektriciteitskabels met een spanningsniveau van meer dan 1 kV in langsligging; en
b. beschermbuizen voor kabels of leidingen die het spoor kruisen en die: 1°. een diameter van meer dan 600 mm hebben;
2°. op een diepte van minder dan 6 m onder het maaiveld liggen; of
3°. anders dan met een horizontaal gestuurde boring worden aangelegd.
1°. een diameter van meer dan 600 mm hebben;
2°. op een diepte van minder dan 6 m onder het maaiveld liggen; of
3°. anders dan met een horizontaal gestuurde boring worden aangelegd.
a. elektriciteitskabels met een spanningsniveau van meer dan 1 kV in langsligging; en
b. beschermbuizen voor kabels of leidingen die het spoor kruisen en die: 1°. een diameter van meer dan 600 mm hebben;
2°. op een diepte van minder dan 6 m onder het maaiveld liggen; of
3°. anders dan met een horizontaal gestuurde boring worden aangelegd.
1°. een diameter van meer dan 600 mm hebben;
2°. op een diepte van minder dan 6 m onder het maaiveld liggen; of
3°. anders dan met een horizontaal gestuurde boring worden aangelegd.