BWBR0041330
Geldig vanaf 2024-07-01
Artikel 4.116
Besluit activiteiten leefomgeving
1. Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarden, bedoeld in de artikelen 4.113en 4.114, wordt voldaan.
2. De meting van de emissies omvat:
a. een continue meting van de emissieconcentratie van totaal stof afkomstig uit puntbronnen met een massastroom van ten minste 200 g/u;
b. een eenmalige meting van de emissieconcentratie van totaal stof afkomstig uit puntbronnen met een massastroom van minder dan 200 g/u;
c. als het sulfaatproces wordt gebruikt: een continue meting van de emissieconcentratie van gasvormig zwaveldioxide en zwaveltrioxide afkomstig van de ontsluiting en roosting uit installaties voor de concentratie van afvalzuren; en
d. als het chlorideproces wordt gebruikt: 1°. een eenmalige meting van de emissieconcentratie van gasvormig zwaveldioxide en zwaveltrioxide;
2°. een continue meting van de emissieconcentratie van chloor afkomstig uit de voornaamste bronnen; en
3°. om het jaar een periodieke meting van de emissieconcentratie van zoutzuur.
1°. een eenmalige meting van de emissieconcentratie van gasvormig zwaveldioxide en zwaveltrioxide;
2°. een continue meting van de emissieconcentratie van chloor afkomstig uit de voornaamste bronnen; en
3°. om het jaar een periodieke meting van de emissieconcentratie van zoutzuur.
2. De meting van de emissies omvat:
a. een continue meting van de emissieconcentratie van totaal stof afkomstig uit puntbronnen met een massastroom van ten minste 200 g/u;
b. een eenmalige meting van de emissieconcentratie van totaal stof afkomstig uit puntbronnen met een massastroom van minder dan 200 g/u;
c. als het sulfaatproces wordt gebruikt: een continue meting van de emissieconcentratie van gasvormig zwaveldioxide en zwaveltrioxide afkomstig van de ontsluiting en roosting uit installaties voor de concentratie van afvalzuren; en
d. als het chlorideproces wordt gebruikt: 1°. een eenmalige meting van de emissieconcentratie van gasvormig zwaveldioxide en zwaveltrioxide;
2°. een continue meting van de emissieconcentratie van chloor afkomstig uit de voornaamste bronnen; en
3°. om het jaar een periodieke meting van de emissieconcentratie van zoutzuur.
1°. een eenmalige meting van de emissieconcentratie van gasvormig zwaveldioxide en zwaveltrioxide;
2°. een continue meting van de emissieconcentratie van chloor afkomstig uit de voornaamste bronnen; en
3°. om het jaar een periodieke meting van de emissieconcentratie van zoutzuur.