BWBR0041330
Geldig vanaf 2024-07-01
Artikel 16.7
Besluit activiteiten leefomgeving
Het verbod, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/5.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.1, van de wet</a>, om zonder omgevingsvergunning een ontgrondingsactiviteit te verrichten, geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in artikel 16.6, voor zover het gaat om het ontgronden voor:
a. een waterput, reservoir, bassin, vijver, poel of een daarmee vergelijkbare voorziening, als: 1°. grondlagen dieper dan 3 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven;
2°. niet meer dan 1.000 m3 wordt ontgraven; en
3°. deze voorziening niet in open verbinding staat met een oppervlaktewaterlichaam;
1°. grondlagen dieper dan 3 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven;
2°. niet meer dan 1.000 m3 wordt ontgraven; en
3°. deze voorziening niet in open verbinding staat met een oppervlaktewaterlichaam;
b. een natuurvriendelijke oever van ten hoogste 10 m uit de insteek van de watergang;
c. een ander natuurbouwproject, als grondlagen dieper dan 0,5 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven;
d. een opgraving als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet;
e. het aanleggen, in stand houden, veranderen of verwijderen van buizen, kabels, palen of daarmee vergelijkbare werken;
f. het bouwen, in stand houden of slopen van een bouwwerk;
g. het treffen van een maatregel uit een omgevingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, voor zover het gaat om: 1°. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een waterstaatswerk door of namens de waterbeheerder;
2°. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een plein, weg, spoorweg of luchthaven;
1°. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een waterstaatswerk door of namens de waterbeheerder;
2°. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een plein, weg, spoorweg of luchthaven;
h. het treffen van een maatregel uit een omgevingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit als: 1°. de locatie van ontgronding is opgenomen in dat plan, dat besluit of die vergunning;
2°. grondlagen dieper dan 3 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven; en
3°. niet meer dan 10.000 m3 grond wordt ontgraven;
1°. de locatie van ontgronding is opgenomen in dat plan, dat besluit of die vergunning;
2°. grondlagen dieper dan 3 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven; en
3°. niet meer dan 10.000 m3 grond wordt ontgraven;
i. het onderhouden van een waterstaatswerk door of namens de waterbeheerder; of
j. het aanleggen, onderhouden of veranderen van een watergang door een ander dan door of namens de waterbeheerder, als: 1°. grondlagen dieper dan 3 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven; en
2°. de watergang een bovenbreedte heeft van niet meer dan 6 m, een bodembreedte van niet meer dan 3 m, en, als een peilbesluit is vastgesteld, een diepte van niet meer dan 1 m onder dat peil.
1°. grondlagen dieper dan 3 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven; en
2°. de watergang een bovenbreedte heeft van niet meer dan 6 m, een bodembreedte van niet meer dan 3 m, en, als een peilbesluit is vastgesteld, een diepte van niet meer dan 1 m onder dat peil.
a. een waterput, reservoir, bassin, vijver, poel of een daarmee vergelijkbare voorziening, als: 1°. grondlagen dieper dan 3 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven;
2°. niet meer dan 1.000 m3 wordt ontgraven; en
3°. deze voorziening niet in open verbinding staat met een oppervlaktewaterlichaam;
1°. grondlagen dieper dan 3 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven;
2°. niet meer dan 1.000 m3 wordt ontgraven; en
3°. deze voorziening niet in open verbinding staat met een oppervlaktewaterlichaam;
b. een natuurvriendelijke oever van ten hoogste 10 m uit de insteek van de watergang;
c. een ander natuurbouwproject, als grondlagen dieper dan 0,5 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven;
d. een opgraving als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet;
e. het aanleggen, in stand houden, veranderen of verwijderen van buizen, kabels, palen of daarmee vergelijkbare werken;
f. het bouwen, in stand houden of slopen van een bouwwerk;
g. het treffen van een maatregel uit een omgevingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, voor zover het gaat om: 1°. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een waterstaatswerk door of namens de waterbeheerder;
2°. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een plein, weg, spoorweg of luchthaven;
1°. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een waterstaatswerk door of namens de waterbeheerder;
2°. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een plein, weg, spoorweg of luchthaven;
h. het treffen van een maatregel uit een omgevingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit als: 1°. de locatie van ontgronding is opgenomen in dat plan, dat besluit of die vergunning;
2°. grondlagen dieper dan 3 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven; en
3°. niet meer dan 10.000 m3 grond wordt ontgraven;
1°. de locatie van ontgronding is opgenomen in dat plan, dat besluit of die vergunning;
2°. grondlagen dieper dan 3 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven; en
3°. niet meer dan 10.000 m3 grond wordt ontgraven;
i. het onderhouden van een waterstaatswerk door of namens de waterbeheerder; of
j. het aanleggen, onderhouden of veranderen van een watergang door een ander dan door of namens de waterbeheerder, als: 1°. grondlagen dieper dan 3 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven; en
2°. de watergang een bovenbreedte heeft van niet meer dan 6 m, een bodembreedte van niet meer dan 3 m, en, als een peilbesluit is vastgesteld, een diepte van niet meer dan 1 m onder dat peil.
1°. grondlagen dieper dan 3 m onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven; en
2°. de watergang een bovenbreedte heeft van niet meer dan 6 m, een bodembreedte van niet meer dan 3 m, en, als een peilbesluit is vastgesteld, een diepte van niet meer dan 1 m onder dat peil.