BWBR0041330
Geldig vanaf 2024-07-01
Artikel 4.1332
Besluit activiteiten leefomgeving
1. Voor de emissie in de lucht van een ketel met een nominaal thermisch ingangsvermogen van ten minste 1 MW die wordt gestookt op vergistingsgas is de emissiegrenswaarde voor zwaveldioxide 200 mg/Nm 3, als de ketel voor 20 december 2018 in bedrijf is genomen.
2. Voor de emissie in de lucht van een ketel met een nominaal thermisch ingangsvermogen van ten minste 5 MW die wordt gestookt op vergistingsgas is vanaf 1 januari 2025 de emissiegrenswaarde voor zwaveldioxide 170 mg/Nm 3, als de ketel voor 20 december 2018 in bedrijf is genomen.
3. Voor de emissie in de lucht van een ketel met een nominaal thermisch ingangsvermogen van minder dan 1 MW die voor 1 januari 2013 is geplaatst of in bedrijf is genomen zijn de emissiegrenswaarden de waarden die volgens het <a href="/wet/BWBR0007465" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Besluit typekeuring verwarmingstoestellen luchtverontreiniging stikstofoxiden</a>golden of de emissiegrenswaarden die bij maatwerkvoorschrift zijn gesteld, tot het tijdstip waarop:
a. de branders zijn vervangen;
b. wijzigingen zijn aangebracht die met nieuwbouw van de ketel overeenkomen; of
c. een wijziging wordt doorgevoerd, die leidt tot een toename van emissies van de stoffen, genoemd in het eerste lid, met meer dan 10%.
4. Voor de emissie in de lucht van een ketel gestookt op rie-biomassa of pellets gemaakt uit rie-biomassa die in bedrijf is genomen tussen 1 januari 2013 en 1 januari 2015, is de emissiegrenswaarde voor totaal stof:
a. 75 mg/Nm3 voor ketels met een nominaal thermisch ingangsvermogen van ten minste 0,5 MW en minder dan 1 MW; en
b. 150 mg/Nm3 voor ketels met een nominaal thermisch ingangsvermogen van minder dan 0,5 MW.
5. De emissiegrenswaarden in tabel 4.1332 zijn van toepassing:
a. op ketels als bedoeld in het derde en vierde lid vanaf 1 januari 2027; en
b. op overige ketels gestookt op rie-biomassa of pellets gemaakt uit rie-biomassa vanaf 0,5 MW die voor de inwerkingtreding van dit besluit in bedrijf zijn genomen.
2. Voor de emissie in de lucht van een ketel met een nominaal thermisch ingangsvermogen van ten minste 5 MW die wordt gestookt op vergistingsgas is vanaf 1 januari 2025 de emissiegrenswaarde voor zwaveldioxide 170 mg/Nm 3, als de ketel voor 20 december 2018 in bedrijf is genomen.
3. Voor de emissie in de lucht van een ketel met een nominaal thermisch ingangsvermogen van minder dan 1 MW die voor 1 januari 2013 is geplaatst of in bedrijf is genomen zijn de emissiegrenswaarden de waarden die volgens het <a href="/wet/BWBR0007465" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Besluit typekeuring verwarmingstoestellen luchtverontreiniging stikstofoxiden</a>golden of de emissiegrenswaarden die bij maatwerkvoorschrift zijn gesteld, tot het tijdstip waarop:
a. de branders zijn vervangen;
b. wijzigingen zijn aangebracht die met nieuwbouw van de ketel overeenkomen; of
c. een wijziging wordt doorgevoerd, die leidt tot een toename van emissies van de stoffen, genoemd in het eerste lid, met meer dan 10%.
4. Voor de emissie in de lucht van een ketel gestookt op rie-biomassa of pellets gemaakt uit rie-biomassa die in bedrijf is genomen tussen 1 januari 2013 en 1 januari 2015, is de emissiegrenswaarde voor totaal stof:
a. 75 mg/Nm3 voor ketels met een nominaal thermisch ingangsvermogen van ten minste 0,5 MW en minder dan 1 MW; en
b. 150 mg/Nm3 voor ketels met een nominaal thermisch ingangsvermogen van minder dan 0,5 MW.
5. De emissiegrenswaarden in tabel 4.1332 zijn van toepassing:
a. op ketels als bedoeld in het derde en vierde lid vanaf 1 januari 2027; en
b. op overige ketels gestookt op rie-biomassa of pellets gemaakt uit rie-biomassa vanaf 0,5 MW die voor de inwerkingtreding van dit besluit in bedrijf zijn genomen.