BWBR0041330
Geldig vanaf 2024-07-01
Artikel 2.2
Besluit activiteiten leefomgeving
1. De regels in de hoofdstukken 2 tot en met 5over milieubelastende activiteiten zijn gesteld met het oog op:
a. het waarborgen van de veiligheid;
b. het beschermen van de gezondheid; en
c. het beschermen van het milieu, voor zover het gaat om: 1°. het beschermen tegen milieuverontreiniging;
2°. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen;
3°. het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen;
4°. een doelmatig beheer van afvalstoffen;
5°. het voorkomen of beperken van geluidhinder, trillinghinder, lichthinder en geurhinder;
6°. het beperken van de kans op en het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de wet;
7°. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater;
8°. het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; of
9°. het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.
1°. het beschermen tegen milieuverontreiniging;
2°. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen;
3°. het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen;
4°. een doelmatig beheer van afvalstoffen;
5°. het voorkomen of beperken van geluidhinder, trillinghinder, lichthinder en geurhinder;
6°. het beperken van de kans op en het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de wet;
7°. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater;
8°. het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; of
9°. het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.
2. De regels in de hoofdstukken 2 tot en met 5over lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam en lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werk zijn gesteld met het oog op:
a. het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste;
b. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen;
c. het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen; en
d. het beschermen van de doelmatige werking van het zuiveringtechnisch werk.
a. het waarborgen van de veiligheid;
b. het beschermen van de gezondheid; en
c. het beschermen van het milieu, voor zover het gaat om: 1°. het beschermen tegen milieuverontreiniging;
2°. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen;
3°. het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen;
4°. een doelmatig beheer van afvalstoffen;
5°. het voorkomen of beperken van geluidhinder, trillinghinder, lichthinder en geurhinder;
6°. het beperken van de kans op en het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de wet;
7°. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater;
8°. het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; of
9°. het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.
1°. het beschermen tegen milieuverontreiniging;
2°. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen;
3°. het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen;
4°. een doelmatig beheer van afvalstoffen;
5°. het voorkomen of beperken van geluidhinder, trillinghinder, lichthinder en geurhinder;
6°. het beperken van de kans op en het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de wet;
7°. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater;
8°. het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; of
9°. het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.
2. De regels in de hoofdstukken 2 tot en met 5over lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam en lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werk zijn gesteld met het oog op:
a. het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste;
b. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen;
c. het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen; en
d. het beschermen van de doelmatige werking van het zuiveringtechnisch werk.