BWBR0041330
Geldig vanaf 2024-07-01
Artikel 3.14b
Besluit activiteiten leefomgeving
1. De regels over een windturbine, bedoeld in de paragrafen 4.30, 4.30aen 4.30b, zijn tot en met 31 december 2026 of zoveel eerder als bij koninklijk besluit is bepaald van toepassing, als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.13en daarvoor:
a. uiterlijk op 30 juni 2021 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e of i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
b. een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit in het windpark voorziet op grond van een besluit dat op 30 juni 2021 was vastgesteld; en
c. sinds 30 juni 2021 geen wijziging van kracht is geworden in de omgevingsvergunning, bedoeld onder a, of, voor zover dat op het windpark betrekking had, het besluit, bedoeld onder b.
2. Het eerste lid geldt niet vanaf het tijdstip waarop met betrekking tot de windturbine of het windpark waarvan de windturbine deel uitmaakt, een wijziging van de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit, het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit van kracht wordt.
3. Met een maatwerkvoorschrift kan voor een windpark als bedoeld in het eerste lid niet worden afgeweken van de regels over een windturbine, bedoeld in paragrafen 4.30, 4.30aen 4.30b.
4. Als op 30 juni 2022 een maatwerkvoorschrift van kracht was op grond van een besluit krachtens <a href="/wet/BWBR0022762/artikel/3.14a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.14a, tweede lid of derde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer</a>waarin normen met een andere waarde voor geluidhinder waren vastgesteld, voldoet het geluid door het opwekken van elektriciteit met een windturbine of windpark aan de normen met die andere waarde.
a. uiterlijk op 30 juni 2021 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e of i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
b. een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit in het windpark voorziet op grond van een besluit dat op 30 juni 2021 was vastgesteld; en
c. sinds 30 juni 2021 geen wijziging van kracht is geworden in de omgevingsvergunning, bedoeld onder a, of, voor zover dat op het windpark betrekking had, het besluit, bedoeld onder b.
2. Het eerste lid geldt niet vanaf het tijdstip waarop met betrekking tot de windturbine of het windpark waarvan de windturbine deel uitmaakt, een wijziging van de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit, het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit van kracht wordt.
3. Met een maatwerkvoorschrift kan voor een windpark als bedoeld in het eerste lid niet worden afgeweken van de regels over een windturbine, bedoeld in paragrafen 4.30, 4.30aen 4.30b.
4. Als op 30 juni 2022 een maatwerkvoorschrift van kracht was op grond van een besluit krachtens <a href="/wet/BWBR0022762/artikel/3.14a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.14a, tweede lid of derde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer</a>waarin normen met een andere waarde voor geluidhinder waren vastgesteld, voldoet het geluid door het opwekken van elektriciteit met een windturbine of windpark aan de normen met die andere waarde.