BWBR0041330
Geldig vanaf 2024-07-01
Artikel 9.28
Besluit activiteiten leefomgeving
1. Met het oog op een veilig en doelmatig gebruik van de hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg wordt een boring in zandgrond op ten minste 5 m en in andere grond op ten minste 10 m afstand van een andere kabel of leiding verricht.
2. Een boring wordt op ten minste 10 m afstand van de fundering van een viaduct verricht.
2. Een boring wordt op ten minste 10 m afstand van de fundering van een viaduct verricht.