BWBR0041330
Geldig vanaf 2024-07-01
Artikel 7.47
Besluit activiteiten leefomgeving
1. Het verbod, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/5.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.1, tweede lid, van de wet</a>, om zonder omgevingsvergunning een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een mijnbouwinstallatie te verrichten, geldt voor de activiteiten, bedoeld in artikel 7.46, die worden verricht in het beperkingengebied met betrekking tot die installatie, voor zover het gaat om:
a. het zich bevinden in dat beperkingengebied; en
b. het aanwezig hebben van een object, anders dan voor het verrichten van een milieubelastende activiteit met betrekking tot een mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 3.320.
2. Het verbod, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/5.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.1, tweede lid, van de wet</a>, om zonder omgevingsvergunning een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een andere installatie dan een mijnbouwinstallatie te verrichten, geldt voor de activiteiten, bedoeld in artikel 7.46, die worden verricht in het beperkingengebied met betrekking tot die installatie, voor zover het gaat om het zich bevinden in dat beperkingengebied.
3. Het verbod, bedoeld in het eerste en tweede lid, geldt niet voor een vaartuig of drijvend werktuig dat in het beperkingengebied vaart:
a. in verband met het aanleggen, inspecteren, testen, repareren, onderhouden, veranderen of verwijderen van onderzeese kabels of leidingen;
b. om diensten te verlenen voor de installatie of om personen of goederen te vervoeren van of naar de installatie;
c. om de installatie te inspecteren;
d. om levens of eigendommen te redden;
e. gedwongen door de weersomstandigheden;
f. als het in nood verkeert;
g. voor de bestuursrechtelijke of strafrechtelijke handhavingstaak; of
h. als het toestemming heeft van degene die de installatie exploiteert.
a. het zich bevinden in dat beperkingengebied; en
b. het aanwezig hebben van een object, anders dan voor het verrichten van een milieubelastende activiteit met betrekking tot een mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 3.320.
2. Het verbod, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/5.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.1, tweede lid, van de wet</a>, om zonder omgevingsvergunning een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een andere installatie dan een mijnbouwinstallatie te verrichten, geldt voor de activiteiten, bedoeld in artikel 7.46, die worden verricht in het beperkingengebied met betrekking tot die installatie, voor zover het gaat om het zich bevinden in dat beperkingengebied.
3. Het verbod, bedoeld in het eerste en tweede lid, geldt niet voor een vaartuig of drijvend werktuig dat in het beperkingengebied vaart:
a. in verband met het aanleggen, inspecteren, testen, repareren, onderhouden, veranderen of verwijderen van onderzeese kabels of leidingen;
b. om diensten te verlenen voor de installatie of om personen of goederen te vervoeren van of naar de installatie;
c. om de installatie te inspecteren;
d. om levens of eigendommen te redden;
e. gedwongen door de weersomstandigheden;
f. als het in nood verkeert;
g. voor de bestuursrechtelijke of strafrechtelijke handhavingstaak; of
h. als het toestemming heeft van degene die de installatie exploiteert.