BWBR0041330
Geldig vanaf 2024-07-01
Artikel 7.67
Besluit activiteiten leefomgeving
Het verbod, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/5.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.1, tweede lid, van de wet</a>, om zonder omgevingsvergunning een mijnbouwlocatieactiviteit te verrichten, geldt voor:
a. de activiteit, bedoeld in artikel 7.66, aanhef en onder a, als het gaat om een mijnbouwinstallatie voor het opsporen of winnen van delfstoffen, met uitsluiting van het voor die installatie geldende beperkingengebied, in de territoriale zee ten noorden van het op grond van artikel 2.44, eerste lid, van de wet aangewezen Natura 2000-gebied Noordzeekustzone en die mijnbouwinstallatie geheel of gedeeltelijk boven het wateroppervlak uitsteekt;
b. de activiteit, bedoeld in artikel 7.66, aanhef en onder a, voor zover de mijnbouwinstallatie geheel of gedeeltelijk boven het wateroppervlak uitsteekt en die activiteit wordt verricht in: 1°. een bij ministeriële regeling aangewezen oefen- en schietgebied;
2°. een bij ministeriële regeling aangewezen drukbevaren deel van de zee; of
3°. een gebied dat is aangewezen in een kavelbesluit of een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, respectievelijk 9, eerste lid, van de Wet windenergie op zee; en
1°. een bij ministeriële regeling aangewezen oefen- en schietgebied;
2°. een bij ministeriële regeling aangewezen drukbevaren deel van de zee; of
3°. een gebied dat is aangewezen in een kavelbesluit of een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, respectievelijk 9, eerste lid, van de Wet windenergie op zee; en
c. de activiteit, bedoeld in artikel 7.66, aanhef en onder b, voor zover die wordt verricht in een bij ministeriële regeling aangewezen: 1°. oefen- en schietgebied;
2°. aanloopgebied; of
3°. ankergebied in de buurt van een aanloophaven.
1°. oefen- en schietgebied;
2°. aanloopgebied; of
3°. ankergebied in de buurt van een aanloophaven.
a. de activiteit, bedoeld in artikel 7.66, aanhef en onder a, als het gaat om een mijnbouwinstallatie voor het opsporen of winnen van delfstoffen, met uitsluiting van het voor die installatie geldende beperkingengebied, in de territoriale zee ten noorden van het op grond van artikel 2.44, eerste lid, van de wet aangewezen Natura 2000-gebied Noordzeekustzone en die mijnbouwinstallatie geheel of gedeeltelijk boven het wateroppervlak uitsteekt;
b. de activiteit, bedoeld in artikel 7.66, aanhef en onder a, voor zover de mijnbouwinstallatie geheel of gedeeltelijk boven het wateroppervlak uitsteekt en die activiteit wordt verricht in: 1°. een bij ministeriële regeling aangewezen oefen- en schietgebied;
2°. een bij ministeriële regeling aangewezen drukbevaren deel van de zee; of
3°. een gebied dat is aangewezen in een kavelbesluit of een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, respectievelijk 9, eerste lid, van de Wet windenergie op zee; en
1°. een bij ministeriële regeling aangewezen oefen- en schietgebied;
2°. een bij ministeriële regeling aangewezen drukbevaren deel van de zee; of
3°. een gebied dat is aangewezen in een kavelbesluit of een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, respectievelijk 9, eerste lid, van de Wet windenergie op zee; en
c. de activiteit, bedoeld in artikel 7.66, aanhef en onder b, voor zover die wordt verricht in een bij ministeriële regeling aangewezen: 1°. oefen- en schietgebied;
2°. aanloopgebied; of
3°. ankergebied in de buurt van een aanloophaven.
1°. oefen- en schietgebied;
2°. aanloopgebied; of
3°. ankergebied in de buurt van een aanloophaven.