BWBR0041330
Geldig vanaf 2024-07-01
Artikel 3.203
Besluit activiteiten leefomgeving
1. Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.200, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:
a. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
b. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
c. het bereiden van drinkwater voor landbouwhuisdieren, bedoeld in paragraaf 4.81;
d. dierenverblijven, bedoeld in paragraaf 4.82;
e. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie, bedoeld in paragraaf 4.83;
f. het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen, bedoeld in paragraaf 4.84;
g. het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin, bedoeld in paragraaf 4.86;
h. het composteren en opslaan van groenafval, bedoeld in paragraaf 4.89;
i. het reinigen van voertuigen of werktuigen voor agrarische activiteiten, bedoeld in paragraaf 4.90; en
j. het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101.
2. Ook wordt voldaan aan de regels over:
a. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie;
b. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een PRTR-installatie voor het houden van pluimvee of varkens als bedoeld in categorie 6.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies; en
c. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
a. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
b. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
c. het bereiden van drinkwater voor landbouwhuisdieren, bedoeld in paragraaf 4.81;
d. dierenverblijven, bedoeld in paragraaf 4.82;
e. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie, bedoeld in paragraaf 4.83;
f. het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen, bedoeld in paragraaf 4.84;
g. het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin, bedoeld in paragraaf 4.86;
h. het composteren en opslaan van groenafval, bedoeld in paragraaf 4.89;
i. het reinigen van voertuigen of werktuigen voor agrarische activiteiten, bedoeld in paragraaf 4.90; en
j. het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101.
2. Ook wordt voldaan aan de regels over:
a. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie;
b. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een PRTR-installatie voor het houden van pluimvee of varkens als bedoeld in categorie 6.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies; en
c. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.