BWBR0020764
Geldig vanaf 20-12-2007
Artikel 3:76
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. In de eigen ramingen door een financiële onderneming van de risicoparameters PD, LGD, omrekeningsfactor en EL is met alle relevante gegevens, informatie en methoden rekening gehouden. De ramingen zijn verricht op grond van historische ervaring en empirisch bewijsmateriaal en niet louter gebaseerd op subjectieve overwegingen. De ramingen zijn intuïtief aannemelijk en gebaseerd op de wezenlijke determinanten van de respectievelijke risicoparameters. Hoe minder gegevens de financiële onderneming bezit, hoe voorzichtiger zij te werk gaat bij het verrichten van haar ramingen.
2. De financiële onderneming is in staat haar verlieservaring in termen van PD, LGD en omrekeningsfactor (of verlies, wanneer EL-ramingen worden gehanteerd) te splitsen in de factoren die zij als de determinanten van de respectieve risicoparameters beschouwt. De financiële onderneming toont aan dat haar ramingen gebaseerd zijn op een langdurige ervaring.
3. Er wordt rekening gehouden met wijzigingen die zich gedurende de in deze afdeling genoemde waarnemingsperioden in de leningspraktijk of de invorderingsprocedure hebben voorgedaan. In de ramingen van de financiële onderneming wordt tevens rekening gehouden met de gevolgen van technische vooruitgang en met nieuwe gegevens en andere inlichtingen zodra deze beschikbaar komen. Ten minste eenmaal per jaar en telkens als nieuwe relevante informatie aan het licht komt, onderwerpt de financiële onderneming haar ramingen aan een nieuw onderzoek.
4. De populatie van de vorderingen die in aanmerking worden genomen in de gegevens voor het verrichten van de ramingen, de leningsnormen die werden toegepast toen de gegevens werden gegenereerd, en andere relevante kenmerken, zijn vergelijkbaar met die van de vorderingen en normen van de financiële onderneming. De financiële onderneming toont tevens aan dat de economische of marktvoorwaarden die aan de gegevens ten grondslag liggen, relevant zijn voor de actuele en voorzienbare voorwaarden. Het aantal in de steekproef opgenomen vorderingen en de voor de kwantificering gehanteerde periode waarop de gegevens betrekking hebben, is van dien aard dat de financiële onderneming kan vertrouwen op de juistheid en deugdelijkheid van haar ramingen.
5. De financiële onderneming telt bij haar ramingen een voorzichtigheidsmarge op die in verhouding staat tot de verwachte foutmarge van de ramingen.
6. Indien de financiële onderneming voor de berekening van risicogewichten andere ramingen hanteert dan voor interne doeleinden worden gebruikt, wordt dit gedocumenteerd en wordt de redelijkheid ervan aangetoond.
7. Een financiële onderneming die gebruik maakt van gegevens die verzameld zijn vóór de implementatiedatum van deze regeling en die op zich niet beantwoorden aan de definitie van wanbetaling of verlies, bedoeld in artikel 1 van het Besluit, toont aan dat verzamelde gegevens op zodanige wijze zijn aangepast dat zij grotendeels beantwoorden aan de definities van wanbetaling of verlies.
8. Indien een financiële onderneming gebruik maakt van een datapool van verschillende financiële ondernemingen, toont zij aan dat:
a. de ratingsystemen en -criteria van de overige financiële ondernemingen die tot de datapool hebben bijgedragen, vergelijkbaar zijn met die van haar;
b. de datapool representatief is voor de portefeuille waarvoor de gegevens uit de pool worden gebruikt;
c. zij de gegevens uit de datapool consequent in de tijd gebruikt voor haar permanente ramingen.
9. Indien de financiële onderneming gebruik maakt van een datapool van verschillende financiële ondernemingen, blijft zij verantwoordelijk voor de integriteit van haar ratingsystemen. De financiële onderneming toont aan dat zij over voldoende interne kennis van haar ratingsystemen beschikt, waardoor zij effectief in staat is het ratingproces te bewaken en te controleren.
2. De financiële onderneming is in staat haar verlieservaring in termen van PD, LGD en omrekeningsfactor (of verlies, wanneer EL-ramingen worden gehanteerd) te splitsen in de factoren die zij als de determinanten van de respectieve risicoparameters beschouwt. De financiële onderneming toont aan dat haar ramingen gebaseerd zijn op een langdurige ervaring.
3. Er wordt rekening gehouden met wijzigingen die zich gedurende de in deze afdeling genoemde waarnemingsperioden in de leningspraktijk of de invorderingsprocedure hebben voorgedaan. In de ramingen van de financiële onderneming wordt tevens rekening gehouden met de gevolgen van technische vooruitgang en met nieuwe gegevens en andere inlichtingen zodra deze beschikbaar komen. Ten minste eenmaal per jaar en telkens als nieuwe relevante informatie aan het licht komt, onderwerpt de financiële onderneming haar ramingen aan een nieuw onderzoek.
4. De populatie van de vorderingen die in aanmerking worden genomen in de gegevens voor het verrichten van de ramingen, de leningsnormen die werden toegepast toen de gegevens werden gegenereerd, en andere relevante kenmerken, zijn vergelijkbaar met die van de vorderingen en normen van de financiële onderneming. De financiële onderneming toont tevens aan dat de economische of marktvoorwaarden die aan de gegevens ten grondslag liggen, relevant zijn voor de actuele en voorzienbare voorwaarden. Het aantal in de steekproef opgenomen vorderingen en de voor de kwantificering gehanteerde periode waarop de gegevens betrekking hebben, is van dien aard dat de financiële onderneming kan vertrouwen op de juistheid en deugdelijkheid van haar ramingen.
5. De financiële onderneming telt bij haar ramingen een voorzichtigheidsmarge op die in verhouding staat tot de verwachte foutmarge van de ramingen.
6. Indien de financiële onderneming voor de berekening van risicogewichten andere ramingen hanteert dan voor interne doeleinden worden gebruikt, wordt dit gedocumenteerd en wordt de redelijkheid ervan aangetoond.
7. Een financiële onderneming die gebruik maakt van gegevens die verzameld zijn vóór de implementatiedatum van deze regeling en die op zich niet beantwoorden aan de definitie van wanbetaling of verlies, bedoeld in artikel 1 van het Besluit, toont aan dat verzamelde gegevens op zodanige wijze zijn aangepast dat zij grotendeels beantwoorden aan de definities van wanbetaling of verlies.
8. Indien een financiële onderneming gebruik maakt van een datapool van verschillende financiële ondernemingen, toont zij aan dat:
a. de ratingsystemen en -criteria van de overige financiële ondernemingen die tot de datapool hebben bijgedragen, vergelijkbaar zijn met die van haar;
b. de datapool representatief is voor de portefeuille waarvoor de gegevens uit de pool worden gebruikt;
c. zij de gegevens uit de datapool consequent in de tijd gebruikt voor haar permanente ramingen.
9. Indien de financiële onderneming gebruik maakt van een datapool van verschillende financiële ondernemingen, blijft zij verantwoordelijk voor de integriteit van haar ratingsystemen. De financiële onderneming toont aan dat zij over voldoende interne kennis van haar ratingsystemen beschikt, waardoor zij effectief in staat is het ratingproces te bewaken en te controleren.
- Citeren als
- Art. 3:76
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl