BWBR0020764
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel 3:90
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Alle wezenlijke aspecten van het rating- en het ramingsproces worden goedgekeurd door het bestuur of een speciaal aangewezen comité daarvan en het management van de financiële onderneming. Deze partijen hebben een algemeen begrip van de ratingsystemen van de financiële ondernemingen en een diepgaand begrip van de daarmee samenhangende managementverslagen.
2. Het management stelt het bestuur of een speciaal aangewezen comité daarvan in kennis van wezenlijke wijzigingen in of uitzonderingen op algemeen gebruikelijke gedragslijnen welke een invloed van betekenis hebben op de werking van de ratingsystemen van de financiële onderneming.
3. Het bestuur of een speciaal aangewezen comité daarvan en het management hebben een goed inzicht in de opzet en de werking van de ratingsystemen. Zij worden regelmatig, maar ten minste twee keer per jaar, door de voor de kredietrisicobeheersing verantwoordelijke functie op de hoogte gebracht van de werking van het ratingproces, de terreinen waarop verbeteringen noodzakelijk zijn, en de vorderingen die zijn gemaakt bij het verhelpen van eerder geconstateerde gebreken. Het management is belast met het waarborgen van het naar behoren functioneren van de ratingsystemen in de operationele zin.
4. Een op interne ratings gebaseerde analyse van het kredietrisicoprofiel van de financiële onderneming vormt een essentieel onderdeel van de managementverslaggeving aan het bestuur of een speciaal aangewezen comité daarvan en het management van de financiële onderneming. Bij de verslaggeving wordt ten minste melding gemaakt van het risicoprofiel per klasse, de migratie van de ene klasse naar de andere, de raming van de relevante parameters per klasse en een vergelijking tussen gerealiseerde wanbetalingsgraden en eigen ramingen van LGD’s en omrekeningsfactoren enerzijds en de verwachtingen en de resultaten van stresstests anderzijds. De frequentie van de verslaggeving hangt af van de betekenis van de informatie, het type informatie en het niveau van de ontvanger.
5. Het toezichthoudende orgaan houdt toezicht op de vervulling van de ingevolge dit hoofdstuk op het bestuur rustende taken. Daartoe beoordeelt dit orgaan op hoofdlijnen de organisatie-inrichting en de beheersingsmechanismen die door de financiële onderneming, onder leiding van het bestuur zijn ingesteld. Een op interne ratings gebaseerde analyse van het kredietrisicoprofiel van de financiële onderneming vormt een essentieel onderdeel van de managementverslaggeving aan dit orgaan. Het toezichthoudende orgaan wordt in kennis gesteld van wezenlijke wijzigingen in of uitzonderingen op algemeen gebruikelijke gedragslijnen welke een invloed van betekenis hebben op de werking van de ratingsystemen van de financiële onderneming.
6. De met de kredietrisicobeheersing belaste functie is onafhankelijk van de functies die verantwoording afleggen over commerciële of financiële prestaties en brengt rechtstreeks verslag uit aan het bestuur. De eenheid is verantwoordelijk voor de opzet of selectie, tenuitvoerlegging, controle en werking, in technische en procedurele zin, van de ratingsystemen. Zij produceert en analyseert regelmatig verslagen over de output van de ratingsystemen.
7. De met de kredietrisicobeheersing belaste functie heeft onder meer de volgende taken:
a. testen en bewaken van klassen en groepen;
b. produceren en analyseren van beknopte verslagen over de ratingsystemen van de financiële onderneming;
c. ten uitvoer leggen van procedures om te verifiëren dat de definities van klasse en groep in alle afdelingen en geografische gebieden consequent worden toegepast;
d. evalueren en documenteren van alle wijzigingen in het ratingproces, met opgave van de redenen voor de wijzigingen;
e. evalueren van de ratingcriteria om na te gaan of zij het risico adequaat blijven voorspellen. Wijzigingen in het ratingproces, de criteria of de afzonderlijke ratingparameters worden gedocumenteerd en bijgehouden;
f. actief deelnemen aan de opzet of selectie, tenuitvoerlegging en validatie van de modellen die in het kader van het ratingproces worden gebruikt;
g. toezicht houden op de modellen die in het kader van het ratingproces worden gebruikt; en
h. doorlopend onderzoeken en aanpassen van de modellen die in het kader van het ratingproces worden gebruikt.
8. De financiële onderneming waarborgt dat potentiële belangenconflicten, als gevolg van de in het vorige lid bedoelde taken, binnen de met kredietrisicobeheersing belaste functies door middel van adequate functiescheiding worden beheerst.
9. In afwijking van het zevende lid, kan de financiële onderneming die in overeenstemming met artikel 3:76, achtste en negende lid, gebruik maakt van gegevens uit datapools, met inachtneming van hoofdstuk 5 van het Besluit, de volgende taken uitbesteden:
a. produceren van informatie die relevant is voor het testen en bewaken van klassen en groepen;
b. produceren van beknopte verslagen over de ratingsystemen van de financiële onderneming;
c. produceren van informatie die relevant is voor het evalueren van de ratingcriteria om na te gaan of zij het risico blijven voorspellen;
d. documenteren van alle wijzigingen in het ratingproces, de criteria of de afzonderlijke ratingparameters; en
e. produceren van informatie die relevant is voor het doorlopend onderzoeken en aanpassen van de modellen die in het kader van het ratingproces worden gebruikt.
10. De interne audit functie voert ten minste elk jaar een beoordeling uit ten aanzien van de door de financiële onderneming toegepaste ratingsystemen en de in het kader daarvan verrichte activiteiten, met inbegrip van de activiteiten van de met de kredietrisicobeheersing belaste functie en de raming van de PD’s, LGD’s, EL’s en omrekeningsfactoren. Bij de beoordeling wordt onder meer gelet op de inachtneming van alle toepasselijke minimumvereisten in deze regeling.
11. De interne audit functie kan voor de beoordeling, bedoeld in het vorige lid gebruik maken van onafhankelijke interne of externe deskundigen.
2. Het management stelt het bestuur of een speciaal aangewezen comité daarvan in kennis van wezenlijke wijzigingen in of uitzonderingen op algemeen gebruikelijke gedragslijnen welke een invloed van betekenis hebben op de werking van de ratingsystemen van de financiële onderneming.
3. Het bestuur of een speciaal aangewezen comité daarvan en het management hebben een goed inzicht in de opzet en de werking van de ratingsystemen. Zij worden regelmatig, maar ten minste twee keer per jaar, door de voor de kredietrisicobeheersing verantwoordelijke functie op de hoogte gebracht van de werking van het ratingproces, de terreinen waarop verbeteringen noodzakelijk zijn, en de vorderingen die zijn gemaakt bij het verhelpen van eerder geconstateerde gebreken. Het management is belast met het waarborgen van het naar behoren functioneren van de ratingsystemen in de operationele zin.
4. Een op interne ratings gebaseerde analyse van het kredietrisicoprofiel van de financiële onderneming vormt een essentieel onderdeel van de managementverslaggeving aan het bestuur of een speciaal aangewezen comité daarvan en het management van de financiële onderneming. Bij de verslaggeving wordt ten minste melding gemaakt van het risicoprofiel per klasse, de migratie van de ene klasse naar de andere, de raming van de relevante parameters per klasse en een vergelijking tussen gerealiseerde wanbetalingsgraden en eigen ramingen van LGD’s en omrekeningsfactoren enerzijds en de verwachtingen en de resultaten van stresstests anderzijds. De frequentie van de verslaggeving hangt af van de betekenis van de informatie, het type informatie en het niveau van de ontvanger.
5. Het toezichthoudende orgaan houdt toezicht op de vervulling van de ingevolge dit hoofdstuk op het bestuur rustende taken. Daartoe beoordeelt dit orgaan op hoofdlijnen de organisatie-inrichting en de beheersingsmechanismen die door de financiële onderneming, onder leiding van het bestuur zijn ingesteld. Een op interne ratings gebaseerde analyse van het kredietrisicoprofiel van de financiële onderneming vormt een essentieel onderdeel van de managementverslaggeving aan dit orgaan. Het toezichthoudende orgaan wordt in kennis gesteld van wezenlijke wijzigingen in of uitzonderingen op algemeen gebruikelijke gedragslijnen welke een invloed van betekenis hebben op de werking van de ratingsystemen van de financiële onderneming.
6. De met de kredietrisicobeheersing belaste functie is onafhankelijk van de functies die verantwoording afleggen over commerciële of financiële prestaties en brengt rechtstreeks verslag uit aan het bestuur. De eenheid is verantwoordelijk voor de opzet of selectie, tenuitvoerlegging, controle en werking, in technische en procedurele zin, van de ratingsystemen. Zij produceert en analyseert regelmatig verslagen over de output van de ratingsystemen.
7. De met de kredietrisicobeheersing belaste functie heeft onder meer de volgende taken:
a. testen en bewaken van klassen en groepen;
b. produceren en analyseren van beknopte verslagen over de ratingsystemen van de financiële onderneming;
c. ten uitvoer leggen van procedures om te verifiëren dat de definities van klasse en groep in alle afdelingen en geografische gebieden consequent worden toegepast;
d. evalueren en documenteren van alle wijzigingen in het ratingproces, met opgave van de redenen voor de wijzigingen;
e. evalueren van de ratingcriteria om na te gaan of zij het risico adequaat blijven voorspellen. Wijzigingen in het ratingproces, de criteria of de afzonderlijke ratingparameters worden gedocumenteerd en bijgehouden;
f. actief deelnemen aan de opzet of selectie, tenuitvoerlegging en validatie van de modellen die in het kader van het ratingproces worden gebruikt;
g. toezicht houden op de modellen die in het kader van het ratingproces worden gebruikt; en
h. doorlopend onderzoeken en aanpassen van de modellen die in het kader van het ratingproces worden gebruikt.
8. De financiële onderneming waarborgt dat potentiële belangenconflicten, als gevolg van de in het vorige lid bedoelde taken, binnen de met kredietrisicobeheersing belaste functies door middel van adequate functiescheiding worden beheerst.
9. In afwijking van het zevende lid, kan de financiële onderneming die in overeenstemming met artikel 3:76, achtste en negende lid, gebruik maakt van gegevens uit datapools, met inachtneming van hoofdstuk 5 van het Besluit, de volgende taken uitbesteden:
a. produceren van informatie die relevant is voor het testen en bewaken van klassen en groepen;
b. produceren van beknopte verslagen over de ratingsystemen van de financiële onderneming;
c. produceren van informatie die relevant is voor het evalueren van de ratingcriteria om na te gaan of zij het risico blijven voorspellen;
d. documenteren van alle wijzigingen in het ratingproces, de criteria of de afzonderlijke ratingparameters; en
e. produceren van informatie die relevant is voor het doorlopend onderzoeken en aanpassen van de modellen die in het kader van het ratingproces worden gebruikt.
10. De interne audit functie voert ten minste elk jaar een beoordeling uit ten aanzien van de door de financiële onderneming toegepaste ratingsystemen en de in het kader daarvan verrichte activiteiten, met inbegrip van de activiteiten van de met de kredietrisicobeheersing belaste functie en de raming van de PD’s, LGD’s, EL’s en omrekeningsfactoren. Bij de beoordeling wordt onder meer gelet op de inachtneming van alle toepasselijke minimumvereisten in deze regeling.
11. De interne audit functie kan voor de beoordeling, bedoeld in het vorige lid gebruik maken van onafhankelijke interne of externe deskundigen.
- Citeren als
- Art. 3:90
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl