BWBR0020764
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel 4:1
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. eigen ramingenmethode: methode waarbij gebruik wordt gemaakt van de volatiliteitsaanpassingen op basis van eigen ramingen van de financiële onderneming;
b. gedekte leningstransactie (secured lending): een transactie die leidt tot het ontstaan van een vordering die is gedekt door middel van een zekerheidsovereenkomst, met uitzondering van transacties die een beding bevatten waarin aan de leningverstrekkende financiële onderneming het recht wordt verleend frequent margebetalingen te ontvangen;
c. kapitaalmarktgerelateerde transactie: een transactie, niet zijnde een repo-stijl transactie, die leidt tot het ontstaan van een vordering die is gedekt door middel van een zekerheidsovereenkomst die een beding bevat waarbij aan de leningverstrekkende financiële onderneming het recht wordt verleend frequent margebetalingen te ontvangen;
d. kerndeelnemer aan de markt: 1°. entiteiten als bedoeld in artikel 4:22, onderdeel b, indien aan de vorderingen op deze entiteiten overeenkomstig paragraaf 2.2.1 een risicogewicht van 0% wordt toegekend;
2°. banken en beleggingsondernemingen;
3°. andere financiële ondernemingen, met inbegrip van verzekeraars, indien aan de vorderingen op deze ondernemingen overeenkomstig paragraaf 2.2.6 een risicogewicht van 20% wordt toegekend;
4°. andere financiële ondernemingen die geen kredietbeoordeling van een erkende EKBI hebben, maar waaraan overeenkomstig de afdelingen 3.3 en 3.4 wel een interne rating is toegekend, volgens welke de kans op wanbetaling maximaal gelijk is aan de kans op wanbetaling behorende bij kredietkwaliteitstrap 2 als bedoeld in tabel A van bijlage 2A;
5°. gereguleerde instellingen voor collectieve belegging die aan solvabiliteitsvereisten of vereisten inzake de verhouding eigen/vreemd vermogen zijn onderworpen;
6°. gereguleerde pensioenfondsen; en
7°. erkende clearinginstellingen;
1°. entiteiten als bedoeld in artikel 4:22, onderdeel b, indien aan de vorderingen op deze entiteiten overeenkomstig paragraaf 2.2.1 een risicogewicht van 0% wordt toegekend;
2°. banken en beleggingsondernemingen;
3°. andere financiële ondernemingen, met inbegrip van verzekeraars, indien aan de vorderingen op deze ondernemingen overeenkomstig paragraaf 2.2.6 een risicogewicht van 20% wordt toegekend;
4°. andere financiële ondernemingen die geen kredietbeoordeling van een erkende EKBI hebben, maar waaraan overeenkomstig de afdelingen 3.3 en 3.4 wel een interne rating is toegekend, volgens welke de kans op wanbetaling maximaal gelijk is aan de kans op wanbetaling behorende bij kredietkwaliteitstrap 2 als bedoeld in tabel A van bijlage 2A;
5°. gereguleerde instellingen voor collectieve belegging die aan solvabiliteitsvereisten of vereisten inzake de verhouding eigen/vreemd vermogen zijn onderworpen;
6°. gereguleerde pensioenfondsen; en
7°. erkende clearinginstellingen;
e. onafhankelijke taxateur: een persoon die over de nodige kwalificaties, bekwaamheid en ervaring beschikt om een taxatie uit te voeren en die geen enkele rol vervult in en geen belang heeft bij het kredietacceptatieproces; en
f. toezichthoudermethode: methode waarbij gebruik wordt gemaakt van volatiliteitsaanpassingen die niet worden vastgesteld door de financiële onderneming zelf, maar door de toezichthouder;
g. VaR-methode: methode waarbij gebruik wordt gemaakt van de volatiliteitsaanpassingen die door de financiële onderneming worden vastgesteld op basis van een intern model dat zowel rekening houdt met de correlatie-effecten tussen effectenposities die onder een kaderverrekeningsovereenkomst vallen als met de liquiditeit van de betrokken instrumenten.
a. eigen ramingenmethode: methode waarbij gebruik wordt gemaakt van de volatiliteitsaanpassingen op basis van eigen ramingen van de financiële onderneming;
b. gedekte leningstransactie (secured lending): een transactie die leidt tot het ontstaan van een vordering die is gedekt door middel van een zekerheidsovereenkomst, met uitzondering van transacties die een beding bevatten waarin aan de leningverstrekkende financiële onderneming het recht wordt verleend frequent margebetalingen te ontvangen;
c. kapitaalmarktgerelateerde transactie: een transactie, niet zijnde een repo-stijl transactie, die leidt tot het ontstaan van een vordering die is gedekt door middel van een zekerheidsovereenkomst die een beding bevat waarbij aan de leningverstrekkende financiële onderneming het recht wordt verleend frequent margebetalingen te ontvangen;
d. kerndeelnemer aan de markt: 1°. entiteiten als bedoeld in artikel 4:22, onderdeel b, indien aan de vorderingen op deze entiteiten overeenkomstig paragraaf 2.2.1 een risicogewicht van 0% wordt toegekend;
2°. banken en beleggingsondernemingen;
3°. andere financiële ondernemingen, met inbegrip van verzekeraars, indien aan de vorderingen op deze ondernemingen overeenkomstig paragraaf 2.2.6 een risicogewicht van 20% wordt toegekend;
4°. andere financiële ondernemingen die geen kredietbeoordeling van een erkende EKBI hebben, maar waaraan overeenkomstig de afdelingen 3.3 en 3.4 wel een interne rating is toegekend, volgens welke de kans op wanbetaling maximaal gelijk is aan de kans op wanbetaling behorende bij kredietkwaliteitstrap 2 als bedoeld in tabel A van bijlage 2A;
5°. gereguleerde instellingen voor collectieve belegging die aan solvabiliteitsvereisten of vereisten inzake de verhouding eigen/vreemd vermogen zijn onderworpen;
6°. gereguleerde pensioenfondsen; en
7°. erkende clearinginstellingen;
1°. entiteiten als bedoeld in artikel 4:22, onderdeel b, indien aan de vorderingen op deze entiteiten overeenkomstig paragraaf 2.2.1 een risicogewicht van 0% wordt toegekend;
2°. banken en beleggingsondernemingen;
3°. andere financiële ondernemingen, met inbegrip van verzekeraars, indien aan de vorderingen op deze ondernemingen overeenkomstig paragraaf 2.2.6 een risicogewicht van 20% wordt toegekend;
4°. andere financiële ondernemingen die geen kredietbeoordeling van een erkende EKBI hebben, maar waaraan overeenkomstig de afdelingen 3.3 en 3.4 wel een interne rating is toegekend, volgens welke de kans op wanbetaling maximaal gelijk is aan de kans op wanbetaling behorende bij kredietkwaliteitstrap 2 als bedoeld in tabel A van bijlage 2A;
5°. gereguleerde instellingen voor collectieve belegging die aan solvabiliteitsvereisten of vereisten inzake de verhouding eigen/vreemd vermogen zijn onderworpen;
6°. gereguleerde pensioenfondsen; en
7°. erkende clearinginstellingen;
e. onafhankelijke taxateur: een persoon die over de nodige kwalificaties, bekwaamheid en ervaring beschikt om een taxatie uit te voeren en die geen enkele rol vervult in en geen belang heeft bij het kredietacceptatieproces; en
f. toezichthoudermethode: methode waarbij gebruik wordt gemaakt van volatiliteitsaanpassingen die niet worden vastgesteld door de financiële onderneming zelf, maar door de toezichthouder;
g. VaR-methode: methode waarbij gebruik wordt gemaakt van de volatiliteitsaanpassingen die door de financiële onderneming worden vastgesteld op basis van een intern model dat zowel rekening houdt met de correlatie-effecten tussen effectenposities die onder een kaderverrekeningsovereenkomst vallen als met de liquiditeit van de betrokken instrumenten.
- Citeren als
- Art. 4:1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl