BWBR0020764
Geldig vanaf 31-10-2010
Artikel 3:64
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. De financiële onderneming legt de opzet en operationele bijzonderheden van haar ratingsystemen schriftelijk vast. Uit de documentatie blijkt dat de in deze afdeling gestelde minimumeisen in acht worden genomen. In de documentatie komen, onverminderd de overige, specifieke vereisten in deze afdeling op het gebied van documentatie, in ieder geval de volgende onderwerpen aan de orde: portefeuillespreiding, ratingcriteria, verantwoordelijkheden van partijen die ratings toekennen aan debiteuren en vorderingen, de frequentie waarmee de ratings worden herbekeken, en het management toezicht op het ratingproces.
2. De financiële onderneming legt de motivering voor haar keuze van ratingcriteria en de analyse ter ondersteuning van deze keuze schriftelijk vast. De financiële onderneming documenteert alle belangrijke wijzigingen in het risicoratingproces en in die documentatie wordt aangegeven welke wijzigingen in het risicoratingproces zijn aangebracht na de laatste evaluatie ervan door DNB en waarom. Ook de organisatie van de toekenning van ratings, met inbegrip van de procedure voor de toekenning van ratings en de interne-beheersingsstructuur, wordt schriftelijk vastgelegd.
3. De financiële onderneming legt de intern gehanteerde specifieke definities van wanbetaling en verlies schriftelijk vast en toont aan dat deze definities consistent zijn met de in artikel 1 van het Besluit en artikel 3:40 vervatte definitie van wanbetaling.
4. Indien de financiële onderneming in het kader van het ratingproces of ten aanzien van eigen ramingen van statistische modellen gebruik maakt, legt zij de methodologie ervan schriftelijk vast, waarbij:
a. een gedetailleerd overzicht wordt gegeven van de theorie, aannamen en/of wiskundige en empirische grondslagen voor de toewijzing van ramingen aan klassen, individuele debiteuren, vorderingen of pools, alsook van de voor de opstelling van het model gebruikte gegevensbronnen;
b. een strikt statistische procedure, met inbegrip van out-of-time en out-of-sample prestatietests, voor de validatie van het model wordt vastgelegd; en
c. wordt aangegeven onder welke omstandigheden het model niet doeltreffend werkt.
5. Ook indien gebruik wordt gemaakt van een model dat verkregen is van een derde die aanvoert dat het om eigen technologie gaat, blijft de financiële onderneming verantwoordelijk voor de naleving van de documentatieplicht en de overige verplichtingen die voor ratingsystemen gelden.
2. De financiële onderneming legt de motivering voor haar keuze van ratingcriteria en de analyse ter ondersteuning van deze keuze schriftelijk vast. De financiële onderneming documenteert alle belangrijke wijzigingen in het risicoratingproces en in die documentatie wordt aangegeven welke wijzigingen in het risicoratingproces zijn aangebracht na de laatste evaluatie ervan door DNB en waarom. Ook de organisatie van de toekenning van ratings, met inbegrip van de procedure voor de toekenning van ratings en de interne-beheersingsstructuur, wordt schriftelijk vastgelegd.
3. De financiële onderneming legt de intern gehanteerde specifieke definities van wanbetaling en verlies schriftelijk vast en toont aan dat deze definities consistent zijn met de in artikel 1 van het Besluit en artikel 3:40 vervatte definitie van wanbetaling.
4. Indien de financiële onderneming in het kader van het ratingproces of ten aanzien van eigen ramingen van statistische modellen gebruik maakt, legt zij de methodologie ervan schriftelijk vast, waarbij:
a. een gedetailleerd overzicht wordt gegeven van de theorie, aannamen en/of wiskundige en empirische grondslagen voor de toewijzing van ramingen aan klassen, individuele debiteuren, vorderingen of pools, alsook van de voor de opstelling van het model gebruikte gegevensbronnen;
b. een strikt statistische procedure, met inbegrip van out-of-time en out-of-sample prestatietests, voor de validatie van het model wordt vastgelegd; en
c. wordt aangegeven onder welke omstandigheden het model niet doeltreffend werkt.
5. Ook indien gebruik wordt gemaakt van een model dat verkregen is van een derde die aanvoert dat het om eigen technologie gaat, blijft de financiële onderneming verantwoordelijk voor de naleving van de documentatieplicht en de overige verplichtingen die voor ratingsystemen gelden.
- Citeren als
- Art. 3:64
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl