BWBR0020764
Geldig vanaf 31-10-2010
Artikel 3:68
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Een financiële onderneming waarborgt dat haar ratingsystemen voor vorderingen die zijn ondergebracht in de categorie genoemd in artikel 71, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit zowel het debiteuren- als het transactierisico weerspiegelen en rekening houden met alle relevante debiteuren- en transactiekenmerken. Financiële ondernemingen kunnen de definitie van wanbetaling, bedoeld in artikel 1 van het Besluit respectievelijk artikel 3:40 van deze regeling op faciliteitsniveau toepassen.
2. Het risico is op zodanige wijze gedifferentieerd dat het aantal vorderingen in een gegeven klasse of groep toereikend is voor een zinvolle kwantificering en validatie van de verlieskenmerken op het niveau van de klasse of groep. De vorderingen en debiteuren zijn op zodanige wijze over de klassen of groepen verdeeld dat buitensporige concentraties worden vermeden.
3. De financiële onderneming toont aan dat de onderverdeling in klassen of groepen in een zinvolle risicodifferentiatie resulteert, een groepering van voldoende homogene vorderingen oplevert en een accurate en consequente raming van de verlieskenmerken op het niveau van de klasse of groep mogelijk maakt. Voor gekochte kortlopende handelsvorderingen weerspiegelt de groepering de overnemingspraktijken van de verkoper en de heterogeniteit van hun cliënten.
4. Bij de indeling in klassen of groepen houdt de financiële onderneming rekening met de volgende risicobepalende factoren van vorderingen:
a. debiteurenrisicokenmerken;
b. transactierisicokenmerken, met inbegrip van product- of zekerhedentypen of beide. De financiële onderneming besteedt uitdrukkelijk aandacht aan gevallen waarin verschillende vorderingen worden gedekt door hetzelfde onderpand; en
c. achterstalligheid, tenzij de financiële onderneming ten genoegen van DNB aantoont dat achterstalligheid geen bepalende factor voor het risico van de vordering is.
2. Het risico is op zodanige wijze gedifferentieerd dat het aantal vorderingen in een gegeven klasse of groep toereikend is voor een zinvolle kwantificering en validatie van de verlieskenmerken op het niveau van de klasse of groep. De vorderingen en debiteuren zijn op zodanige wijze over de klassen of groepen verdeeld dat buitensporige concentraties worden vermeden.
3. De financiële onderneming toont aan dat de onderverdeling in klassen of groepen in een zinvolle risicodifferentiatie resulteert, een groepering van voldoende homogene vorderingen oplevert en een accurate en consequente raming van de verlieskenmerken op het niveau van de klasse of groep mogelijk maakt. Voor gekochte kortlopende handelsvorderingen weerspiegelt de groepering de overnemingspraktijken van de verkoper en de heterogeniteit van hun cliënten.
4. Bij de indeling in klassen of groepen houdt de financiële onderneming rekening met de volgende risicobepalende factoren van vorderingen:
a. debiteurenrisicokenmerken;
b. transactierisicokenmerken, met inbegrip van product- of zekerhedentypen of beide. De financiële onderneming besteedt uitdrukkelijk aandacht aan gevallen waarin verschillende vorderingen worden gedekt door hetzelfde onderpand; en
c. achterstalligheid, tenzij de financiële onderneming ten genoegen van DNB aantoont dat achterstalligheid geen bepalende factor voor het risico van de vordering is.
- Citeren als
- Art. 3:68
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl