BWBR0020764
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel 3:88
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Een financiële onderneming beschikt over deugdelijke systemen om de juistheid en consistentie van ratingsystemen of interne modellen, voor posities in aandelen, de processen en de raming van alle relevante risicoparameters te valideren.
2. De financiële onderneming toont aan dat het interne validatieproces haar in staat stelt de werking van de interne rating- en risico-inschattingsystemen op consequente en zinvolle wijze te beoordelen. Hiertoe worden alle wezenlijke onderdelen van de interne rating- en risico-inschattingsystemen, het modelleringsproces en de validatie gedocumenteerd. Dit met inbegrip van de verantwoordelijkheden van de bij de modellering betrokken partijen, de goedkeuring van het model en de procedures voor de validatie van het model.
3. De financiële onderneming vergelijkt regelmatig de gerealiseerde mate van wanbetaling met de PD-ramingen voor elke klasse. Wanneer de gerealiseerde mate van wanbetaling buiten het voor de desbetreffende klasse verwachte bereik vallen, onderzoekt de financiële onderneming specifiek wat de redenen zijn voor de afwijking.
4. Indien de financiële onderneming van eigen ramingen van LGD’s of omrekeningsfactoren gebruik maakt, voert zij ook voor deze ramingen een onderzoek als bedoeld in het vorige lid uit.
5. Voor posities in aandelen vergelijkt de financiële onderneming de feitelijke rendementen op aandelen, berekend aan de hand van gerealiseerde en niet-gerealiseerde winsten en verliezen, regelmatig met de modelramingen.
6. Bij de in het derde tot en met vijfde lid bedoelde vergelijkingen wordt gebruik gemaakt van historische gegevens die een zo lang mogelijke periode bestrijken. De financiële onderneming documenteert de bij deze vergelijkingen gehanteerde methoden en gegevens. Dit onderzoek en deze documentatie worden ten minste eenmaal per jaar geactualiseerd.
7. De financiële onderneming maakt tevens gebruik van andere kwantitatieve validatie-instrumenten en van vergelijkingen met relevante externe gegevensbronnen. Bij een dergelijk onderzoek wordt uitgegaan van gegevens die passend zijn voor de portefeuille, regelmatig worden geactualiseerd en betrekking hebben op een relevante waarnemingsperiode. Bij de interne beoordelingen van de werking van hun ratingsystemen gaat de financiële onderneming uit van een zo lang mogelijke periode.
8. De voor de kwantitatieve validatie gehanteerde methoden en gegevens zijn consistent in de tijd. Wijzigingen in de raming- en validatiemethoden en in de gegevens, zowel gegevensbronnen als bestreken periodes, worden beargumenteerd en gedocumenteerd.
9. De financiële onderneming heeft deugdelijke interne normen vastgesteld voor de gevallen waarin gerealiseerde PD’s, LGD’s, omrekeningsfactoren, totale verliezen waarbij van EL gebruik wordt gemaakt en de feitelijke rendementen op aandelen, in significante mate van de verwachtingen afwijken om twijfel te doen ontstaan omtrent de juistheid van de ramingen. In deze normen wordt rekening gehouden met conjunctuurcycli en met een soortgelijke systematische variabiliteit van de wanbetalingservaring en van de rendementen op aandelen. Wanneer de gerealiseerde waarden de verwachte waarden blijven overtreffen, stelt de financiële onderneming haar ramingen opwaarts bij om met hun wanbetalings- en verlieservaring rekening te houden. Alle aanpassingen die naar aanleiding van deze onderzoeken van de ratingsystemen of interne modellen worden aangebracht, worden beargumenteerd en gedocumenteerd en zijn in overeenstemming met de interne normen voor de evaluatie en aanpassingen van ratingsystemen en interne modellen.
2. De financiële onderneming toont aan dat het interne validatieproces haar in staat stelt de werking van de interne rating- en risico-inschattingsystemen op consequente en zinvolle wijze te beoordelen. Hiertoe worden alle wezenlijke onderdelen van de interne rating- en risico-inschattingsystemen, het modelleringsproces en de validatie gedocumenteerd. Dit met inbegrip van de verantwoordelijkheden van de bij de modellering betrokken partijen, de goedkeuring van het model en de procedures voor de validatie van het model.
3. De financiële onderneming vergelijkt regelmatig de gerealiseerde mate van wanbetaling met de PD-ramingen voor elke klasse. Wanneer de gerealiseerde mate van wanbetaling buiten het voor de desbetreffende klasse verwachte bereik vallen, onderzoekt de financiële onderneming specifiek wat de redenen zijn voor de afwijking.
4. Indien de financiële onderneming van eigen ramingen van LGD’s of omrekeningsfactoren gebruik maakt, voert zij ook voor deze ramingen een onderzoek als bedoeld in het vorige lid uit.
5. Voor posities in aandelen vergelijkt de financiële onderneming de feitelijke rendementen op aandelen, berekend aan de hand van gerealiseerde en niet-gerealiseerde winsten en verliezen, regelmatig met de modelramingen.
6. Bij de in het derde tot en met vijfde lid bedoelde vergelijkingen wordt gebruik gemaakt van historische gegevens die een zo lang mogelijke periode bestrijken. De financiële onderneming documenteert de bij deze vergelijkingen gehanteerde methoden en gegevens. Dit onderzoek en deze documentatie worden ten minste eenmaal per jaar geactualiseerd.
7. De financiële onderneming maakt tevens gebruik van andere kwantitatieve validatie-instrumenten en van vergelijkingen met relevante externe gegevensbronnen. Bij een dergelijk onderzoek wordt uitgegaan van gegevens die passend zijn voor de portefeuille, regelmatig worden geactualiseerd en betrekking hebben op een relevante waarnemingsperiode. Bij de interne beoordelingen van de werking van hun ratingsystemen gaat de financiële onderneming uit van een zo lang mogelijke periode.
8. De voor de kwantitatieve validatie gehanteerde methoden en gegevens zijn consistent in de tijd. Wijzigingen in de raming- en validatiemethoden en in de gegevens, zowel gegevensbronnen als bestreken periodes, worden beargumenteerd en gedocumenteerd.
9. De financiële onderneming heeft deugdelijke interne normen vastgesteld voor de gevallen waarin gerealiseerde PD’s, LGD’s, omrekeningsfactoren, totale verliezen waarbij van EL gebruik wordt gemaakt en de feitelijke rendementen op aandelen, in significante mate van de verwachtingen afwijken om twijfel te doen ontstaan omtrent de juistheid van de ramingen. In deze normen wordt rekening gehouden met conjunctuurcycli en met een soortgelijke systematische variabiliteit van de wanbetalingservaring en van de rendementen op aandelen. Wanneer de gerealiseerde waarden de verwachte waarden blijven overtreffen, stelt de financiële onderneming haar ramingen opwaarts bij om met hun wanbetalings- en verlieservaring rekening te houden. Alle aanpassingen die naar aanleiding van deze onderzoeken van de ratingsystemen of interne modellen worden aangebracht, worden beargumenteerd en gedocumenteerd en zijn in overeenstemming met de interne normen voor de evaluatie en aanpassingen van ratingsystemen en interne modellen.
- Citeren als
- Art. 3:88
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl