BWBR0020764
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel 3:67
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Een ratingsysteem voor vorderingen die zijn ondergebracht in de categorieën genoemd in artikel 71, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit houdt rekening met de debiteuren- en transactierisicokenmerken.
2. Een ratingsysteem als bedoeld in het eerste lid, heeft een ratingschaal voor debiteuren welke uitsluitend betrekking heeft op de kwantificering van het risico dat de debiteur in gebreke blijft. De ratingschaal voor debiteuren telt ten minste 7 klassen voor niet in gebreke gebleven debiteuren en ten minste één voor in gebreke gebleven debiteuren.
3. Een financiële onderneming legt de relatie tussen debiteurenklassen schriftelijk vast in termen van het niveau van het wanbetalingsrisico dat samenhangt met de verschillende debiteurenklassen en met vermelding van de gehanteerde criteria om de diverse risiconiveaus van elkaar te onderscheiden.
4. Voor de toepassing van het vorige lid, wordt onder ‘debiteurenklasse’ verstaan: een risicocategorie in een ratingschaal voor debiteuren van een ratingsysteem waarin debiteuren worden ondergebracht op grond van een gespecificeerd en welbepaald samenstel van ratingcriteria en waaruit PD-ramingen worden afgeleid.
5. Een financiële onderneming waarvan de portefeuilles in een bepaald marktsegment en in een bepaald deel van de PD-verdeling zijn geconcentreerd, waarborgt dat er binnen dat deel genoeg debiteurenklassen zijn om ongewenste concentraties van debiteuren in één bepaalde klasse te vermijden. Significante concentraties in één klasse worden gemotiveerd door middel van overtuigend empirisch bewijsmateriaal waaruit blijkt dat de debiteurenklasse een redelijk smalle PD-bandbreedte bestrijkt en dat het wanbetalingsrisico dat aan alle in de desbetreffende klasse ondergebrachte debiteuren verbonden is, binnen die bandbreedte valt.
6. Bij een financiële onderneming die Geavanceerd IRB toepast, omvat een ratingsysteem een afzonderlijke ratingschaal voor faciliteiten waarin uitsluitend met de LGD verband houdende transactiekenmerken worden weerspiegeld.
7. Een ‘faciliteitsklasse’ is een risicocategorie in een schaal voor vorderingen van een ratingsysteem waarin vorderingen worden ondergebracht op grond van een gespecificeerd en welbepaald samenstel van ratingcriteria en waaruit de LGD-ramingen worden afgeleid. De definitie van de klasse omvat een beschrijving van de wijze waarop een vordering in een klasse wordt ondergebracht en van de gehanteerde criteria om de risiconiveaus van de diverse klassen van elkaar te onderscheiden.
8. Significante concentraties in één faciliteitsklasse worden gemotiveerd door middel van overtuigend empirisch bewijsmateriaal waaruit blijkt dat de faciliteitsklasse een redelijk smalle LGD-bandbreedte bestrijkt en dat het risico dat aan alle in de desbetreffende klasse ondergebrachte vorderingen verbonden is, binnen die bandbreedte valt.
9. Een financiële onderneming die voor de toekenning van risicogewichten voor één van de subcategorieën, genoemd in artikel 3:6, de in artikel 3:21, eerste lid, beschreven methode toepast, is voor deze vorderingen vrijgesteld van de verplichting om een ratingschaal voor debiteuren te hanteren welke uitsluitend het wanbetalingsrisico kwantificeert van de debiteur. In afwijking van het tweede lid hebben de financiële ondernemingen voor deze vorderingen ten minste 4 klassen voor niet in gebreke gebleven debiteuren en ten minste één voor in gebreke gebleven debiteuren.
2. Een ratingsysteem als bedoeld in het eerste lid, heeft een ratingschaal voor debiteuren welke uitsluitend betrekking heeft op de kwantificering van het risico dat de debiteur in gebreke blijft. De ratingschaal voor debiteuren telt ten minste 7 klassen voor niet in gebreke gebleven debiteuren en ten minste één voor in gebreke gebleven debiteuren.
3. Een financiële onderneming legt de relatie tussen debiteurenklassen schriftelijk vast in termen van het niveau van het wanbetalingsrisico dat samenhangt met de verschillende debiteurenklassen en met vermelding van de gehanteerde criteria om de diverse risiconiveaus van elkaar te onderscheiden.
4. Voor de toepassing van het vorige lid, wordt onder ‘debiteurenklasse’ verstaan: een risicocategorie in een ratingschaal voor debiteuren van een ratingsysteem waarin debiteuren worden ondergebracht op grond van een gespecificeerd en welbepaald samenstel van ratingcriteria en waaruit PD-ramingen worden afgeleid.
5. Een financiële onderneming waarvan de portefeuilles in een bepaald marktsegment en in een bepaald deel van de PD-verdeling zijn geconcentreerd, waarborgt dat er binnen dat deel genoeg debiteurenklassen zijn om ongewenste concentraties van debiteuren in één bepaalde klasse te vermijden. Significante concentraties in één klasse worden gemotiveerd door middel van overtuigend empirisch bewijsmateriaal waaruit blijkt dat de debiteurenklasse een redelijk smalle PD-bandbreedte bestrijkt en dat het wanbetalingsrisico dat aan alle in de desbetreffende klasse ondergebrachte debiteuren verbonden is, binnen die bandbreedte valt.
6. Bij een financiële onderneming die Geavanceerd IRB toepast, omvat een ratingsysteem een afzonderlijke ratingschaal voor faciliteiten waarin uitsluitend met de LGD verband houdende transactiekenmerken worden weerspiegeld.
7. Een ‘faciliteitsklasse’ is een risicocategorie in een schaal voor vorderingen van een ratingsysteem waarin vorderingen worden ondergebracht op grond van een gespecificeerd en welbepaald samenstel van ratingcriteria en waaruit de LGD-ramingen worden afgeleid. De definitie van de klasse omvat een beschrijving van de wijze waarop een vordering in een klasse wordt ondergebracht en van de gehanteerde criteria om de risiconiveaus van de diverse klassen van elkaar te onderscheiden.
8. Significante concentraties in één faciliteitsklasse worden gemotiveerd door middel van overtuigend empirisch bewijsmateriaal waaruit blijkt dat de faciliteitsklasse een redelijk smalle LGD-bandbreedte bestrijkt en dat het risico dat aan alle in de desbetreffende klasse ondergebrachte vorderingen verbonden is, binnen die bandbreedte valt.
9. Een financiële onderneming die voor de toekenning van risicogewichten voor één van de subcategorieën, genoemd in artikel 3:6, de in artikel 3:21, eerste lid, beschreven methode toepast, is voor deze vorderingen vrijgesteld van de verplichting om een ratingschaal voor debiteuren te hanteren welke uitsluitend het wanbetalingsrisico kwantificeert van de debiteur. In afwijking van het tweede lid hebben de financiële ondernemingen voor deze vorderingen ten minste 4 klassen voor niet in gebreke gebleven debiteuren en ten minste één voor in gebreke gebleven debiteuren.
- Citeren als
- Art. 3:67
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl