BWBR0020764
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel 3:69
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Een financiële onderneming past specifieke definities, procedures en criteria toe voor de onderbrenging van debiteuren of vorderingen in klassen of groepen van een ratingsysteem.
2. De definities en criteria van de klassen of groepen zijn voldoende gedetailleerd om degenen die ratings toekennen in staat te stellen op consistente wijze debiteuren of vorderingen waaraan vergelijkbare risico’s verbonden zijn, in dezelfde klasse of groep onder te brengen. Deze consistentie geldt voor alle divisies, afdelingen en geografische locaties van de financiële onderneming.
3. De documentatie van het ratingproces stelt derden in staat te begrijpen hoe debiteuren of vorderingen in klassen of groepen worden ondergebracht, de onderbrenging in klassen en groepen te reconstrueren en te oordelen of een onderbrenging in een bepaalde klasse of groep terecht is.
4. De criteria van de klassen en groepen sluiten tevens aan bij de door de financiële onderneming toegepaste interne normen voor de verstrekking van leningen en bij haar gedragslijnen voor de aanpak van dubieuze debiteuren en probleemfaciliteiten.
5. Bij de onderbrenging van debiteuren en vorderingen in klassen of groepen houdt de financiële onderneming rekening met alle relevante informatie. Deze informatie is actueel en stelt de financiële onderneming in staat de toekomstige ontwikkeling van de vordering te voorspellen. Hoe minder informatie de financiële onderneming bezit, hoe voorzichtiger zij te werk gaat bij de onderbrenging van vorderingen in debiteuren- en faciliteitsklassen of -groepen. Indien de financiële onderneming gebruik maakt van een externe rating als primaire factor voor de toekenning van een interne rating, houdt zij ook rekening met andere relevante informatie.
6. Bij de onderbrengingen in klassen of groepen leggen financiële ondernemingen schriftelijk vast in welke situaties de inputs of outputs van het onderbrengingsproces door middel van subjectieve inschatting kunnen worden vervangen en welk personeel voor de goedkeuring van deze vervanging verantwoordelijk is. Deze vervanging en het daarvoor verantwoordelijke personeel worden door de financiële ondernemingen gedocumenteerd. Financiële ondernemingen analyseren de ontwikkeling van de vorderingen waarvan de onderbrenging is vervangen. Deze analyse omvat de beoordeling van de ontwikkeling van vorderingen waarvan de rating door een bepaalde persoon is vervangen, waarbij voor alle verantwoordelijke personeelsleden verantwoording wordt afgelegd.
2. De definities en criteria van de klassen of groepen zijn voldoende gedetailleerd om degenen die ratings toekennen in staat te stellen op consistente wijze debiteuren of vorderingen waaraan vergelijkbare risico’s verbonden zijn, in dezelfde klasse of groep onder te brengen. Deze consistentie geldt voor alle divisies, afdelingen en geografische locaties van de financiële onderneming.
3. De documentatie van het ratingproces stelt derden in staat te begrijpen hoe debiteuren of vorderingen in klassen of groepen worden ondergebracht, de onderbrenging in klassen en groepen te reconstrueren en te oordelen of een onderbrenging in een bepaalde klasse of groep terecht is.
4. De criteria van de klassen en groepen sluiten tevens aan bij de door de financiële onderneming toegepaste interne normen voor de verstrekking van leningen en bij haar gedragslijnen voor de aanpak van dubieuze debiteuren en probleemfaciliteiten.
5. Bij de onderbrenging van debiteuren en vorderingen in klassen of groepen houdt de financiële onderneming rekening met alle relevante informatie. Deze informatie is actueel en stelt de financiële onderneming in staat de toekomstige ontwikkeling van de vordering te voorspellen. Hoe minder informatie de financiële onderneming bezit, hoe voorzichtiger zij te werk gaat bij de onderbrenging van vorderingen in debiteuren- en faciliteitsklassen of -groepen. Indien de financiële onderneming gebruik maakt van een externe rating als primaire factor voor de toekenning van een interne rating, houdt zij ook rekening met andere relevante informatie.
6. Bij de onderbrengingen in klassen of groepen leggen financiële ondernemingen schriftelijk vast in welke situaties de inputs of outputs van het onderbrengingsproces door middel van subjectieve inschatting kunnen worden vervangen en welk personeel voor de goedkeuring van deze vervanging verantwoordelijk is. Deze vervanging en het daarvoor verantwoordelijke personeel worden door de financiële ondernemingen gedocumenteerd. Financiële ondernemingen analyseren de ontwikkeling van de vorderingen waarvan de onderbrenging is vervangen. Deze analyse omvat de beoordeling van de ontwikkeling van vorderingen waarvan de rating door een bepaalde persoon is vervangen, waarbij voor alle verantwoordelijke personeelsleden verantwoording wordt afgelegd.
- Citeren als
- Art. 3:69
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl