BWBR0020748
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 91
Wet inrichting landelijk gebied
1. Op de heffing en de invordering van de omgeslagen kosten zijn de <a href="/wet/BWBR0005645/artikel/227" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 227</a>, <a href="/wet/BWBR0005645/artikel/227a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">227a</a>, <a href="/wet/BWBR0005645/artikel/227b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">227b</a>, <a href="/wet/BWBR0005645/artikel/228" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">228</a>, <a href="/wet/BWBR0005645/artikel/228b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">228b</a>, <a href="/wet/BWBR0005645/artikel/228c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">228c</a>, <a href="/wet/BWBR0005645/artikel/232" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">232</a>, <a href="/wet/BWBR0005645/artikel/232aa" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">232aa</a>, <a href="/wet/BWBR0005645/artikel/232b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">232b</a>, <a href="/wet/BWBR0005645/artikel/232c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">232c</a>, <a href="/wet/BWBR0005645/artikel/232d" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">232d</a>, <a href="/wet/BWBR0005645/artikel/232e" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">232e</a>, <a href="/wet/BWBR0005645/artikel/232f" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">232f</a>en <a href="/wet/BWBR0005645/artikel/232h" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">232h van de Provinciewet</a>van overeenkomstige toepassing.
2. De omgeslagen kosten worden geheven bij wege van aanslag.
3. Indien de over een eigenaar omgeslagen kosten geringer zijn dan een bij verordening van provinciale staten, vast te stellen bedrag, worden deze kosten niet geheven.
4. Indien met betrekking tot eenzelfde onroerende zaak twee of meer eigenaren kostenplichtig zijn en bij elk van deze eigenaren het derde lid geen toepassing vindt, kan de belastingaanslag ten name van een van hen worden gesteld.
5. Indien met toepassing van het vierde lid de belastingaanslag ten name van één kostenplichtige is gesteld, kan:
a. de ontvanger de aanslag op de gehele onroerende zaak verhalen ten name van degene te wiens naam de belastingaanslag is gesteld, zonder rekening te houden met de rechten van de overige kostenplichtigen;
b. de kostenplichtige die de belastingaanslag heeft voldaan hetgeen hij meer heeft voldaan dan overeenkomt met zijn kostenplicht verhalen op de overige kostenplichtigen naar evenredigheid van ieders kostenplicht.
6. Van het vijfde lid, aanhef en onderdeel b, kan bij overeenkomst worden afgeweken.
7. Bezwaar en beroep als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002320" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">hoofdstuk V, afdeling 1</a>, onderscheidenlijk <a href="/wet/BWBR0002320" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>, kunnen niet betreffen de hoogte van de omgeslagen kosten.
8. <a href="/wet/BWBR0004770/artikel/17" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 17, tweede lid, tweede volzin, van de Invorderingswet 1990</a>blijft buiten toepassing.
2. De omgeslagen kosten worden geheven bij wege van aanslag.
3. Indien de over een eigenaar omgeslagen kosten geringer zijn dan een bij verordening van provinciale staten, vast te stellen bedrag, worden deze kosten niet geheven.
4. Indien met betrekking tot eenzelfde onroerende zaak twee of meer eigenaren kostenplichtig zijn en bij elk van deze eigenaren het derde lid geen toepassing vindt, kan de belastingaanslag ten name van een van hen worden gesteld.
5. Indien met toepassing van het vierde lid de belastingaanslag ten name van één kostenplichtige is gesteld, kan:
a. de ontvanger de aanslag op de gehele onroerende zaak verhalen ten name van degene te wiens naam de belastingaanslag is gesteld, zonder rekening te houden met de rechten van de overige kostenplichtigen;
b. de kostenplichtige die de belastingaanslag heeft voldaan hetgeen hij meer heeft voldaan dan overeenkomt met zijn kostenplicht verhalen op de overige kostenplichtigen naar evenredigheid van ieders kostenplicht.
6. Van het vijfde lid, aanhef en onderdeel b, kan bij overeenkomst worden afgeweken.
7. Bezwaar en beroep als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002320" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">hoofdstuk V, afdeling 1</a>, onderscheidenlijk <a href="/wet/BWBR0002320" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>, kunnen niet betreffen de hoogte van de omgeslagen kosten.
8. <a href="/wet/BWBR0004770/artikel/17" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 17, tweede lid, tweede volzin, van de Invorderingswet 1990</a>blijft buiten toepassing.