BWBR0020748
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 33
Wet inrichting landelijk gebied
1. In afwijking van de <a href="/wet/BWBR0001948/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 8</a>en <a href="/wet/BWBR0001948/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">9 van de Wegenwet</a>kan in het inrichtingsplan de aanduiding worden opgenomen van wegen met de daartoe behorende kunstwerken die voorheen voor het openbaar verkeer waren opengesteld en die door het enkele feit van deze aanduiding aan het openbaar verkeer worden onttrokken.
2. Aan wegen met de daartoe behorende kunstwerken die in het inrichtingsplan als openbare weg zijn opgenomen maar die voorheen niet voor het openbaar verkeer waren opengesteld, is, in afwijking van de <a href="/wet/BWBR0001948/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 4</a>en <a href="/wet/BWBR0001948/artikel/5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5 van de Wegenwet</a>, door het enkele feit van opneming de bestemming van openbare weg gegeven.
3. De in het eerste en tweede lid genoemde rechtsgevolgen gaan in op het tijdstip van bekendmaking van het inrichtingsplan.
4. In afwijking van het derde lid kunnen gedeputeerde staten van de provincie waar de betrokken wegen met de daartoe behorende kunstwerken geheel of grotendeels zijn gelegen, in voorkomend geval in overeenstemming met gedeputeerde staten van de provincies waar de betrokken wegen en kunstwerken mede zijn gelegen, besluiten dat de in dat lid bedoelde rechtsgevolgen ingaan op een ander, door hen te bepalen tijdstip, dat voor de onderscheiden wegen met de daartoe behorende kunstwerken, verschillend kan zijn.
2. Aan wegen met de daartoe behorende kunstwerken die in het inrichtingsplan als openbare weg zijn opgenomen maar die voorheen niet voor het openbaar verkeer waren opengesteld, is, in afwijking van de <a href="/wet/BWBR0001948/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 4</a>en <a href="/wet/BWBR0001948/artikel/5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5 van de Wegenwet</a>, door het enkele feit van opneming de bestemming van openbare weg gegeven.
3. De in het eerste en tweede lid genoemde rechtsgevolgen gaan in op het tijdstip van bekendmaking van het inrichtingsplan.
4. In afwijking van het derde lid kunnen gedeputeerde staten van de provincie waar de betrokken wegen met de daartoe behorende kunstwerken geheel of grotendeels zijn gelegen, in voorkomend geval in overeenstemming met gedeputeerde staten van de provincies waar de betrokken wegen en kunstwerken mede zijn gelegen, besluiten dat de in dat lid bedoelde rechtsgevolgen ingaan op een ander, door hen te bepalen tijdstip, dat voor de onderscheiden wegen met de daartoe behorende kunstwerken, verschillend kan zijn.