BWBR0020748
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 82
Wet inrichting landelijk gebied
1. De ruilakte wordt ondertekend door de voorzitter van gedeputeerde staten en de secretaris, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005645/artikel/100" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 100 van de Provinciewet</a>.
2. Zij geldt als titel voor de daarin omschreven rechten. Door de inschrijving van de ruilakte in de openbare registers worden de daarin omschreven onroerende zaken en beperkte rechten verkregen.
3. Op grond van de ruilakte wordt in de openbare registers bij elke hypothecaire inschrijving, onderscheidenlijk bij elke inschrijving van een beslag aangetekend dat de hypotheek onderscheidenlijk het beslag in het vervolg zal rusten op de in de ruilakte aangewezen kavels of gedeelten daarvan, dan wel op de rechten waaraan die kavels of gedeelten daarvan zijn onderworpen.
4. De bewaarder van het kadaster en de openbare registers tekent ambtshalve de door de inschrijving van de ruilakte niet meer bestaande inschrijvingen van de in artikel 81, vijfde lid, bedoelde hypotheken en beslagen aan in de basisregistratie kadaster.
5. De bewaarder van het kadaster en de openbare registers zendt zo spoedig mogelijk per brief aan elke eigenaar van, alsmede aan elke beperkt gerechtigde met betrekking tot de onroerende zaak een kennisgeving van het resultaat van het bijhouden van de basisregistratie kadaster die op grond van de inschrijving van de ruilakte plaatsvindt. De brief vermeldt de dag van de verzending, de in de basisregistratie kadaster vermeld staande gegevens omtrent de rechten, de rechthebbenden, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0004541" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Kadasterwet</a>, en de grootte en de kadastrale aanduiding van de onroerende zaak waarop de kennisgeving betrekking heeft. <a href="/wet/BWBR0004541/artikel/56b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 56b van de Kadasterwet</a>is niet van toepassing op het in de eerste volzin bedoelde bijhouden.
2. Zij geldt als titel voor de daarin omschreven rechten. Door de inschrijving van de ruilakte in de openbare registers worden de daarin omschreven onroerende zaken en beperkte rechten verkregen.
3. Op grond van de ruilakte wordt in de openbare registers bij elke hypothecaire inschrijving, onderscheidenlijk bij elke inschrijving van een beslag aangetekend dat de hypotheek onderscheidenlijk het beslag in het vervolg zal rusten op de in de ruilakte aangewezen kavels of gedeelten daarvan, dan wel op de rechten waaraan die kavels of gedeelten daarvan zijn onderworpen.
4. De bewaarder van het kadaster en de openbare registers tekent ambtshalve de door de inschrijving van de ruilakte niet meer bestaande inschrijvingen van de in artikel 81, vijfde lid, bedoelde hypotheken en beslagen aan in de basisregistratie kadaster.
5. De bewaarder van het kadaster en de openbare registers zendt zo spoedig mogelijk per brief aan elke eigenaar van, alsmede aan elke beperkt gerechtigde met betrekking tot de onroerende zaak een kennisgeving van het resultaat van het bijhouden van de basisregistratie kadaster die op grond van de inschrijving van de ruilakte plaatsvindt. De brief vermeldt de dag van de verzending, de in de basisregistratie kadaster vermeld staande gegevens omtrent de rechten, de rechthebbenden, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0004541" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Kadasterwet</a>, en de grootte en de kadastrale aanduiding van de onroerende zaak waarop de kennisgeving betrekking heeft. <a href="/wet/BWBR0004541/artikel/56b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 56b van de Kadasterwet</a>is niet van toepassing op het in de eerste volzin bedoelde bijhouden.