BWBR0020748
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 57
Wet inrichting landelijk gebied
1. Toewijzing van gronden voor doeleinden van openbaar nut, voor zover daarin is voorzien door middel van toepassing van artikel 56, eerste lid, onderdeel c of d, vindt plaats tegen betaling van een tussen gedeputeerde staten, in overeenstemming met gedeputeerde staten van de andere provincies waarin het blok mede gelegen is, en het Rijk, een ander openbaar lichaam of een andere rechtspersoon overeengekomen bedrag, dat niet minder bedraagt dan de werkelijke waarde van de grond.
2. Indien de toewijzing grond betreft ten aanzien waarvan de eigenaar of pachter een beroep heeft gedaan op artikel 58, eerste lid, vindt deze toewijzing in afwijking van het eerste lid plaats tegen betaling van een bedrag dat gelijk is aan de in die bepaling omschreven vergoeding, met dien verstande dat indien dit bedrag lager zou zijn dan de werkelijke waarde van de grond, toewijzing plaatsvindt tegen deze werkelijke waarde.
3. Behoudens in het geval van artikel 58, eerste lid, wordt het door het openbaar lichaam of een andere rechtspersoon betaalde bedrag in mindering gebracht op de ingevolge artikel 90, derde lid, ten laste van de eigenaren vallende uitgaven.
2. Indien de toewijzing grond betreft ten aanzien waarvan de eigenaar of pachter een beroep heeft gedaan op artikel 58, eerste lid, vindt deze toewijzing in afwijking van het eerste lid plaats tegen betaling van een bedrag dat gelijk is aan de in die bepaling omschreven vergoeding, met dien verstande dat indien dit bedrag lager zou zijn dan de werkelijke waarde van de grond, toewijzing plaatsvindt tegen deze werkelijke waarde.
3. Behoudens in het geval van artikel 58, eerste lid, wordt het door het openbaar lichaam of een andere rechtspersoon betaalde bedrag in mindering gebracht op de ingevolge artikel 90, derde lid, ten laste van de eigenaren vallende uitgaven.