BWBR0020748
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 81
Wet inrichting landelijk gebied
1. Zodra het ruilplan onherroepelijk is, maakt een door gedeputeerde staten aan te wijzen notaris de ruilakte op.
2. In de ruilakte wordt opgenomen een kaart van het blok met aanwijzing van de kavels, en voor zover deze zijn gelegen binnen het blok de wegen en waterlopen en de gronden die ingevolge artikel 28zijn toegewezen.
3. In de ruilakte wordt voorts opgenomen de in artikel 28bedoelde toewijzing in eigendom voor zover deze betrekking heeft op onroerende zaken die binnen het blok zijn gelegen.
4. De omschrijving van de kavels, de wegen, waterlopen, dijken of kaden met de daartoe behorende kunstwerken en de gronden die op de in het tweede lid bedoelde kaart zijn afgebeeld en die daarop voorzien zijn van een nummer, geschiedt door vermelding van het nummer waarmee zij op die kaart voorkomen. <a href="/wet/BWBR0004541/artikel/20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 20, eerste lid, van de Kadasterwet</a>is niet van toepassing voor zover het betreft het vermelden van de aard en de plaatselijke aanduiding zo deze er is, van onroerende zaken.
5. In de ruilakte worden tevens vermeld de hypotheken en de beslagen die door de inschrijving van de ruilakte niet meer blijven bestaan.
6. De <a href="/wet/BWBR0004541/artikel/18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 18, eerste en vijfde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0004541/artikel/24" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">24, tweede lid, onderdeel b, en vierde lid, tweede zin, van de Kadasterwet</a>, zijn van overeenkomstige toepassing op de ruilakte.
2. In de ruilakte wordt opgenomen een kaart van het blok met aanwijzing van de kavels, en voor zover deze zijn gelegen binnen het blok de wegen en waterlopen en de gronden die ingevolge artikel 28zijn toegewezen.
3. In de ruilakte wordt voorts opgenomen de in artikel 28bedoelde toewijzing in eigendom voor zover deze betrekking heeft op onroerende zaken die binnen het blok zijn gelegen.
4. De omschrijving van de kavels, de wegen, waterlopen, dijken of kaden met de daartoe behorende kunstwerken en de gronden die op de in het tweede lid bedoelde kaart zijn afgebeeld en die daarop voorzien zijn van een nummer, geschiedt door vermelding van het nummer waarmee zij op die kaart voorkomen. <a href="/wet/BWBR0004541/artikel/20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 20, eerste lid, van de Kadasterwet</a>is niet van toepassing voor zover het betreft het vermelden van de aard en de plaatselijke aanduiding zo deze er is, van onroerende zaken.
5. In de ruilakte worden tevens vermeld de hypotheken en de beslagen die door de inschrijving van de ruilakte niet meer blijven bestaan.
6. De <a href="/wet/BWBR0004541/artikel/18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 18, eerste en vijfde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0004541/artikel/24" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">24, tweede lid, onderdeel b, en vierde lid, tweede zin, van de Kadasterwet</a>, zijn van overeenkomstige toepassing op de ruilakte.