BWBR0020748
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 31
Wet inrichting landelijk gebied
1. Voor zover het openbaar lichaam of de rechtspersoon voorheen niet was belast met het beheer en het onderhoud van openbare wegen, waterlopen, dijken of kaden met de daartoe behorende kunstwerken, gaan het beheer en onderhoud, in afwijking van de <a href="/wet/BWBR0001867/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 1</a>en <a href="/wet/BWBR0001867/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">2 van de Waterstaatswet 1900</a>en de <a href="/wet/BWBR0001948/artikel/18a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 18a</a>, <a href="/wet/BWBR0001948/artikel/19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">19</a>en <a href="/wet/BWBR0001948/artikel/20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">20 van de Wegenwet</a>, over op het tijdstip van bekendmaking van het inrichtingsplan.
2. Het beheer en het onderhoud van de voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, gaan over op een later tijdstip dan bedoeld in het eerste lid indien:
a. aan bestaande voorzieningen verbeteringswerken worden uitgevoerd; of
b. het nieuwe voorzieningen betreft.
Gedeputeerde staten van de provincie waar de betrokken voorzieningen geheel of grotendeels zijn gelegen, in voorkomend geval in overeenstemming met gedeputeerde staten van de provincies waar de betrokken voorzieningen mede zijn gelegen, bepalen in voorkomend geval dat tijdstip.
2. Het beheer en het onderhoud van de voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, gaan over op een later tijdstip dan bedoeld in het eerste lid indien:
a. aan bestaande voorzieningen verbeteringswerken worden uitgevoerd; of
b. het nieuwe voorzieningen betreft.
Gedeputeerde staten van de provincie waar de betrokken voorzieningen geheel of grotendeels zijn gelegen, in voorkomend geval in overeenstemming met gedeputeerde staten van de provincies waar de betrokken voorzieningen mede zijn gelegen, bepalen in voorkomend geval dat tijdstip.