BWBR0020748
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 58
Wet inrichting landelijk gebied
1. Voor zover dit bijdraagt aan de landinrichting, ontvangt de eigenaar van onroerende zaken die zijn begrepen in de voornemens inzake de toewijzing, bedoeld in artikel 28, onderdeel a, onder 2° en 3°, voor zover zulks geschiedt met toepassing van artikel 56, eerste lid, onderdeel c of d, voor die zaken op aanvraag in afwijking van artikel 56, tweede lid, een algehele vergoeding in geld.
2. In het ruilplan kan worden bepaald dat een eigenaar, in afwijking van artikel 56, tweede lid, een algehele vergoeding in geld zal ontvangen indien de oppervlakte van zijn in een blok gelegen onroerende zaken zo gering is dat de toepassing van artikel 56, tweede lid, zou leiden tot de vorming van een niet behoorlijk te exploiteren kavel en hij geen redelijk belang heeft bij het verkrijgen van een zodanige kavel.
2. In het ruilplan kan worden bepaald dat een eigenaar, in afwijking van artikel 56, tweede lid, een algehele vergoeding in geld zal ontvangen indien de oppervlakte van zijn in een blok gelegen onroerende zaken zo gering is dat de toepassing van artikel 56, tweede lid, zou leiden tot de vorming van een niet behoorlijk te exploiteren kavel en hij geen redelijk belang heeft bij het verkrijgen van een zodanige kavel.