BWBR0020748
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 93e
Wet inrichting landelijk gebied
1. Op de onderscheiden uitkeringen, bedoeld in de artikelen 93cen 93d, worden in mindering gebracht de voor de in die artikelen genoemde jaren ten behoeve van de provincie overgemaakte voorschotten. Op de uitkering, bedoeld in artikel 93c, worden tevens in mindering gebracht de voor de jaren 2007 tot en met 2010 aan de provincie:
a. uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling op grond van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling (ELPO) (PbEU L 277) verstrekte middelen voor in de ILG-bestuursovereenkomst genoemde doelen en prestaties ten aanzien van agrarisch natuurbeheer, en
b. door tussenkomst van de Stichting Groenfonds te ’s Gravenhage en in voorkomend geval de Vereniging Natuurmonumenten ter beschikking gestelde rijksmiddelen die de provincie heeft besteed voor de verstrekking van subsidies aan particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties voor verwerving van grond en beëindiging van pachtovereenkomsten in de provincie.
2. Onze Minister stelt, na overleg met gedeputeerde staten van de provincie, de hoogte van de uitkering, bedoeld in artikel 93c, vast.
3. Onze Minister stelt met betrekking tot de onderscheiden uitkeringen, bedoeld in de artikelen 93cen 93d, het overeenkomstig het eerste lid berekende verschil vast.
4. Ingeval het verschil, bedoeld in het derde lid:
a. meer is dan nihil, geeft de in dat lid bedoelde vaststelling aanspraak op betaling van het verschil door Onze Minister;
b. minder is dan nihil, geeft de in dat lid bedoelde vaststelling aanspraak op betaling van het verschil door gedeputeerde staten.
5. Zolang de in het tweede en derde lid bedoelde vaststellingen met betrekking tot de uitkering, bedoeld in artikel 93c, ten aanzien van een of meer provincies nog niet onherroepelijk is, kan Onze Minister de vaststellingen ten aanzien van deze provincies en elk van de andere provincies wijzigen.
a. uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling op grond van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling (ELPO) (PbEU L 277) verstrekte middelen voor in de ILG-bestuursovereenkomst genoemde doelen en prestaties ten aanzien van agrarisch natuurbeheer, en
b. door tussenkomst van de Stichting Groenfonds te ’s Gravenhage en in voorkomend geval de Vereniging Natuurmonumenten ter beschikking gestelde rijksmiddelen die de provincie heeft besteed voor de verstrekking van subsidies aan particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties voor verwerving van grond en beëindiging van pachtovereenkomsten in de provincie.
2. Onze Minister stelt, na overleg met gedeputeerde staten van de provincie, de hoogte van de uitkering, bedoeld in artikel 93c, vast.
3. Onze Minister stelt met betrekking tot de onderscheiden uitkeringen, bedoeld in de artikelen 93cen 93d, het overeenkomstig het eerste lid berekende verschil vast.
4. Ingeval het verschil, bedoeld in het derde lid:
a. meer is dan nihil, geeft de in dat lid bedoelde vaststelling aanspraak op betaling van het verschil door Onze Minister;
b. minder is dan nihil, geeft de in dat lid bedoelde vaststelling aanspraak op betaling van het verschil door gedeputeerde staten.
5. Zolang de in het tweede en derde lid bedoelde vaststellingen met betrekking tot de uitkering, bedoeld in artikel 93c, ten aanzien van een of meer provincies nog niet onherroepelijk is, kan Onze Minister de vaststellingen ten aanzien van deze provincies en elk van de andere provincies wijzigen.