BWBR0005645
Geldig vanaf 1997-07-01
Artikel 227a
Provinciewet
1. Onverminderd het overigens in deze paragraaf bepaalde geschieden de heffing en de invordering van provinciale belastingen, andere dan die bedoeld in artikel 222, met toepassing van de Algemene wet, de <a href="/wet/BWBR0004770" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Invorderingswet 1990</a>en de <a href="/wet/BWBR0002645" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Kostenwet invordering rijksbelastingen</a>als waren die belastingen rijksbelastingen.
2. Onverminderd het overigens in deze paragraaf bepaalde gelden de bevoegdheden en de verplichtingen van de hierna vermelde, in de <a href="/wet/BWBR0002320" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene wet</a>, de <a href="/wet/BWBR0004770" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Invorderingswet 1990</a>en de <a href="/wet/BWBR0002645" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Kostenwet invordering rijksbelastingen</a>genoemde functionarissen, met betrekking tot de provinciale belastingen voor de daarachter genoemde colleges of functionarissen:
a. Onze Minister van Financiën, het bestuur van ’s Rijksbelastingen en de directeur: het college van gedeputeerde staten;
b. de inspecteur: de provincieambtenaar, belast met de heffing van provinciale belastingen;
c. de ontvanger of een inzake rijksbelastingen bevoegde ontvanger: de provincieambtenaar belast met de invordering van provinciale belastingen;
d. de ambtenaren van de rijksbelastingdienst: de provincieambtenaren belast met de heffing of de invordering van provinciale belastingen;
e. de belastingdeurwaarder: de daartoe aangewezen provincieambtenaar;
f. de Tweede Kamer der Staten-Generaal of de Tweede Kamer: de provinciale staten.
3. Onverminderd het overigens in deze paragraaf bepaalde wordt met betrekking tot provinciale belastingen in de <a href="/wet/BWBR0002320" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene wet</a>en in de <a href="/wet/BWBR0004770" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Invorderingswet 1990</a>voor «algemene maatregel van bestuur» en voor «ministeriële regeling» gelezen: besluit van het college van gedeputeerde staten.
4. Met betrekking tot provinciale belastingen wordt in <a href="/wet/BWBR0004770/artikel/24" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 24 van de Invorderingswet 1990</a>voor «de Staat» gelezen: de provincie.
5. Indien een Commissiebesluit als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0040718/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1 van de Wet terugvordering staatssteun</a>verplicht tot terugvordering van staatssteun en die staatssteun voortvloeit uit een provinciale belasting als bedoeld in dit hoofdstuk, wordt deze staatssteun op dezelfde wijze teruggevorderd als staatssteun die voortvloeit uit de toepassing van een belastingwet als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002320/artikel/20a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 20a van de Algemene wet</a>.
2. Onverminderd het overigens in deze paragraaf bepaalde gelden de bevoegdheden en de verplichtingen van de hierna vermelde, in de <a href="/wet/BWBR0002320" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene wet</a>, de <a href="/wet/BWBR0004770" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Invorderingswet 1990</a>en de <a href="/wet/BWBR0002645" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Kostenwet invordering rijksbelastingen</a>genoemde functionarissen, met betrekking tot de provinciale belastingen voor de daarachter genoemde colleges of functionarissen:
a. Onze Minister van Financiën, het bestuur van ’s Rijksbelastingen en de directeur: het college van gedeputeerde staten;
b. de inspecteur: de provincieambtenaar, belast met de heffing van provinciale belastingen;
c. de ontvanger of een inzake rijksbelastingen bevoegde ontvanger: de provincieambtenaar belast met de invordering van provinciale belastingen;
d. de ambtenaren van de rijksbelastingdienst: de provincieambtenaren belast met de heffing of de invordering van provinciale belastingen;
e. de belastingdeurwaarder: de daartoe aangewezen provincieambtenaar;
f. de Tweede Kamer der Staten-Generaal of de Tweede Kamer: de provinciale staten.
3. Onverminderd het overigens in deze paragraaf bepaalde wordt met betrekking tot provinciale belastingen in de <a href="/wet/BWBR0002320" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene wet</a>en in de <a href="/wet/BWBR0004770" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Invorderingswet 1990</a>voor «algemene maatregel van bestuur» en voor «ministeriële regeling» gelezen: besluit van het college van gedeputeerde staten.
4. Met betrekking tot provinciale belastingen wordt in <a href="/wet/BWBR0004770/artikel/24" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 24 van de Invorderingswet 1990</a>voor «de Staat» gelezen: de provincie.
5. Indien een Commissiebesluit als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0040718/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1 van de Wet terugvordering staatssteun</a>verplicht tot terugvordering van staatssteun en die staatssteun voortvloeit uit een provinciale belasting als bedoeld in dit hoofdstuk, wordt deze staatssteun op dezelfde wijze teruggevorderd als staatssteun die voortvloeit uit de toepassing van een belastingwet als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002320/artikel/20a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 20a van de Algemene wet</a>.