BWBR0020748
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 64
Wet inrichting landelijk gebied
1. Op de voorbereiding van een besluit tot vaststelling van een ruilplan is <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht</a>van toepassing.
2. Ten behoeve van het opstellen van het ontwerp, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:11" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>, geven gedeputeerde staten toepassing aan de artikelen 65en met 66.
3. Tegelijk met de kennisgeving, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>geven gedeputeerde staten bij aangetekende brief kennis van de terinzagelegging en van de zakelijke inhoud van het ontwerp van het besluit aan de bij hen bekende belanghebbenden, onder wie in ieder geval worden begrepen:
a. zij die voorkomen op de lijst van rechthebbenden, bedoeld in artikel 49, welke onderdeel uitmaakt van het ontwerpbesluit;
b. zij die overeenkomstig artikel 65, eerste of tweede lid, een pachtovereenkomst ter registratie hebben ingezonden; en
c. de wederpartij, bedoeld in artikel 65, vijfde lid.
2. Ten behoeve van het opstellen van het ontwerp, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:11" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>, geven gedeputeerde staten toepassing aan de artikelen 65en met 66.
3. Tegelijk met de kennisgeving, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>geven gedeputeerde staten bij aangetekende brief kennis van de terinzagelegging en van de zakelijke inhoud van het ontwerp van het besluit aan de bij hen bekende belanghebbenden, onder wie in ieder geval worden begrepen:
a. zij die voorkomen op de lijst van rechthebbenden, bedoeld in artikel 49, welke onderdeel uitmaakt van het ontwerpbesluit;
b. zij die overeenkomstig artikel 65, eerste of tweede lid, een pachtovereenkomst ter registratie hebben ingezonden; en
c. de wederpartij, bedoeld in artikel 65, vijfde lid.