BWBR0020748
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 76
Wet inrichting landelijk gebied
1. De grondkamer ontwerpt de pachtovereenkomsten die uit de gevestigde pachtverhoudingen voortvloeien en neemt daarin op de in artikel 54, tweede lid, bedoelde bepalingen.
2. Indien ingevolge artikel 54, tweede lid, een overeenkomst die geldt voor een kortere dan de wettelijke duur verlengbaar zal zijn, doet de grondkamer daarvan blijken door een op de ontwerppachtovereenkomst gestelde en door haar ondertekende verklaring.
3. De grondkamer zendt de ontwerppachtovereenkomst aan hen die daarbij partij zullen zijn en stelt hen in de gelegenheid binnen vier weken na toezending de ondertekende overeenkomst aan de grondkamer te doen toekomen. Betrokkenen kunnen de door hen overeengekomen pachtprijs alsmede bijzondere bepalingen in de overeenkomst opnemen.
4. Op de in het derde lid bedoelde pachtovereenkomsten vindt de <a href="/wet/BWBR0005290" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">titel 7.5 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>toepassing, met dien verstande dat de grondkamer niet treedt in de beoordeling van de bepalingen van de overeenkomst die voortvloeien uit de pachtverhouding zoals deze door het ruilplan is komen vast te staan.
2. Indien ingevolge artikel 54, tweede lid, een overeenkomst die geldt voor een kortere dan de wettelijke duur verlengbaar zal zijn, doet de grondkamer daarvan blijken door een op de ontwerppachtovereenkomst gestelde en door haar ondertekende verklaring.
3. De grondkamer zendt de ontwerppachtovereenkomst aan hen die daarbij partij zullen zijn en stelt hen in de gelegenheid binnen vier weken na toezending de ondertekende overeenkomst aan de grondkamer te doen toekomen. Betrokkenen kunnen de door hen overeengekomen pachtprijs alsmede bijzondere bepalingen in de overeenkomst opnemen.
4. Op de in het derde lid bedoelde pachtovereenkomsten vindt de <a href="/wet/BWBR0005290" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">titel 7.5 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>toepassing, met dien verstande dat de grondkamer niet treedt in de beoordeling van de bepalingen van de overeenkomst die voortvloeien uit de pachtverhouding zoals deze door het ruilplan is komen vast te staan.