BWBR0018329
Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 96
Wet financiële dienstverlening
1. De toezichthouder verstrekt aan de autoriteiten die ingevolge de <a href="/wet/BWBR0005792" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet toezicht kredietwezen 1992</a>, de <a href="/wet/BWBR0006509" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993</a>, de <a href="/wet/BWBR0007477" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf</a>, de <a href="/wet/BWBR0004809" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet toezicht beleggingsinstellingen</a>of de <a href="/wet/BWBR0007657" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet toezicht effectenverkeer 1995</a>, belast zijn met het toezicht op kredietinstellingen, verzekeraars, beleggingsinstellingen onderscheidenlijk effectenbemiddelaars en vermogensbeheerders, de gegevens of inlichtingen die hij heeft verkregen bij de vervulling van de hem ingevolge deze wet opgedragen taak en die betrekking hebben op de betrouwbaarheid van de personen, bedoeld in artikel 26, voor zover deze naar het oordeel van de toezichthouder van belang zijn of zouden kunnen zijn voor het toezicht dat door die andere autoriteiten wordt uitgeoefend.
2. De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet in het geval de gegevens of inlichtingen zijn verkregen van een buitenlandse instantie als bedoeld in artikel 94.
2. De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet in het geval de gegevens of inlichtingen zijn verkregen van een buitenlandse instantie als bedoeld in artikel 94.