BWBR0018329
Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 28
Wet financiële dienstverlening
1. De administratieve organisatie en het systeem van interne controle van de financiële dienstverlener stellen de toezichthouder in staat toezicht te houden op de naleving van de bij en krachtens deze wet gestelde regels.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met het oog op het adequaat functioneren van de financiële dienstverlener en het toezicht op de naleving van de bij en krachtens deze wet gestelde regels, regels worden gesteld ten aanzien van een adequate administratieve organisatie en systeem van interne controle.
3. Met het oog op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering, draagt de financiële dienstverlener zorg voor adequate maatregelen, gericht op:
a. het voorkomen van betrokkenheid van de financiële dienstverlener en van zijn werknemers bij strafbare feiten die het vertrouwen in de financiële dienstverlener of in de financiële markten in het algemeen schaden;
b. andere bij algemene maatregel van bestuur te noemen onderwerpen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met het oog op het adequaat functioneren van de financiële dienstverlener en het toezicht op de naleving van de bij en krachtens deze wet gestelde regels, regels worden gesteld ten aanzien van een adequate administratieve organisatie en systeem van interne controle.
3. Met het oog op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering, draagt de financiële dienstverlener zorg voor adequate maatregelen, gericht op:
a. het voorkomen van betrokkenheid van de financiële dienstverlener en van zijn werknemers bij strafbare feiten die het vertrouwen in de financiële dienstverlener of in de financiële markten in het algemeen schaden;
b. andere bij algemene maatregel van bestuur te noemen onderwerpen.