BWBR0018329
Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 25
Wet financiële dienstverlening
1. De bemiddelaar in verzekeringen en de herverzekeringsbemiddelaar aan wie een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 10of die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onder a, die voornemens is voor het eerst in een of meer andere lidstaten te bemiddelen in verzekeringen, stelt de toezichthouder daarvan in kennis.
2. Binnen een maand na de in het eerste lid bedoelde kennisgeving stelt de toezichthouder de bevoegde autoriteiten van de betreffende lidstaten van dit voornemen in kennis. De toezichthouder meldt de bemiddelaar dat de betreffende lidstaten in kennis zijn gesteld.
3. De bemiddelaar kan één maand nadat hij de in het tweede lid bedoelde melding van de toezichthouder heeft ontvangen zijn bemiddelingswerkzaamheden in de betreffende lidstaat aanvangen.
4. De bemiddelaar kan zijn bemiddelingswerkzaamheden onmiddellijk aanvangen indien van de Europese Commissie is vernomen dat de betreffende lidstaat geen mededeling heeft gedaan als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Richtlijn verzekeringsbemiddeling. Indien dit het geval is meldt de toezichthouder dit aan de bemiddelaar.
2. Binnen een maand na de in het eerste lid bedoelde kennisgeving stelt de toezichthouder de bevoegde autoriteiten van de betreffende lidstaten van dit voornemen in kennis. De toezichthouder meldt de bemiddelaar dat de betreffende lidstaten in kennis zijn gesteld.
3. De bemiddelaar kan één maand nadat hij de in het tweede lid bedoelde melding van de toezichthouder heeft ontvangen zijn bemiddelingswerkzaamheden in de betreffende lidstaat aanvangen.
4. De bemiddelaar kan zijn bemiddelingswerkzaamheden onmiddellijk aanvangen indien van de Europese Commissie is vernomen dat de betreffende lidstaat geen mededeling heeft gedaan als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Richtlijn verzekeringsbemiddeling. Indien dit het geval is meldt de toezichthouder dit aan de bemiddelaar.