BWBR0018329
Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 68
Wet financiële dienstverlening
1. De toezichthouder kan bij:
a. de aanvrager van een vergunning;
b. de vergunninghouder;
c. degene op wie een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in de artikelen 9 onderscheidenlijk 18 van toepassing is;
d. degene die deel uitmaakt van een groep waartoe een vergunninghouder behoort;
e. degene waarvan kan worden vermoed dat deze handelt in strijd met de bij of krachtens deze wet gestelde regels, alle inlichtingen inwinnen, of doen inwinnen, die redelijkerwijs geacht kunnen worden nodig te zijn voor het toezicht op de naleving van deze wet.
2. Degene van wie de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, worden verlangd, verstrekt deze binnen een door de toezichthouder te stellen termijn.
a. de aanvrager van een vergunning;
b. de vergunninghouder;
c. degene op wie een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in de artikelen 9 onderscheidenlijk 18 van toepassing is;
d. degene die deel uitmaakt van een groep waartoe een vergunninghouder behoort;
e. degene waarvan kan worden vermoed dat deze handelt in strijd met de bij of krachtens deze wet gestelde regels, alle inlichtingen inwinnen, of doen inwinnen, die redelijkerwijs geacht kunnen worden nodig te zijn voor het toezicht op de naleving van deze wet.
2. Degene van wie de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, worden verlangd, verstrekt deze binnen een door de toezichthouder te stellen termijn.