BWBR0018329
Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 14
Wet financiële dienstverlening
1. De volgende financiële dienstverleners beschikken van rechtswege over een vergunning als bedoeld in artikel 10:
a. de kredietinstelling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° van de Wet toezicht kredietwezen 1992, die ingevolge artikel 52, tweede lid, onder a, van die wet is ingeschreven in het in dat artikel bedoelde register;
b. de kredietinstelling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, die ingevolge artikel 52, tweede lid, onder a, van die wet is ingeschreven in het in dat artikel bedoelde register, voor zover het die kredietinstelling is toegestaan werkzaamheden als bedoeld in die wet te verrichten;
c. de kredietinstelling of financiële instelling die ingevolge artikel 52, tweede lid, onder b, c, d, f of g, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 is ingeschreven in het in dat artikel bedoelde register, voor zover het die instelling is toegestaan krediet aan te bieden;
d. de verzekeraar die in het bezit is van de in artikel 24, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 bedoelde vergunning, voor zover het die verzekeraar is toegestaan werkzaamheden als bedoeld in die wet te verrichten;
e. de verzekeraar die in het bezit is van de in artikel 11 van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf bedoelde vergunning, voor zover het die verzekeraar is toegestaan werkzaamheden als bedoeld in die wet te verrichten.
2. De artikelen 20, onder b, c en e, 26, 27, eerste lid, 28, derde lid, en 29zijn niet van toepassing op de financiële dienstverleners, bedoeld in het eerste lid.
3. De toezichthouder stuurt de in het eerste lid bedoelde financiële dienstverleners een bevestiging van de vergunning.
a. de kredietinstelling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° van de Wet toezicht kredietwezen 1992, die ingevolge artikel 52, tweede lid, onder a, van die wet is ingeschreven in het in dat artikel bedoelde register;
b. de kredietinstelling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, die ingevolge artikel 52, tweede lid, onder a, van die wet is ingeschreven in het in dat artikel bedoelde register, voor zover het die kredietinstelling is toegestaan werkzaamheden als bedoeld in die wet te verrichten;
c. de kredietinstelling of financiële instelling die ingevolge artikel 52, tweede lid, onder b, c, d, f of g, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 is ingeschreven in het in dat artikel bedoelde register, voor zover het die instelling is toegestaan krediet aan te bieden;
d. de verzekeraar die in het bezit is van de in artikel 24, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 bedoelde vergunning, voor zover het die verzekeraar is toegestaan werkzaamheden als bedoeld in die wet te verrichten;
e. de verzekeraar die in het bezit is van de in artikel 11 van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf bedoelde vergunning, voor zover het die verzekeraar is toegestaan werkzaamheden als bedoeld in die wet te verrichten.
2. De artikelen 20, onder b, c en e, 26, 27, eerste lid, 28, derde lid, en 29zijn niet van toepassing op de financiële dienstverleners, bedoeld in het eerste lid.
3. De toezichthouder stuurt de in het eerste lid bedoelde financiële dienstverleners een bevestiging van de vergunning.