BWBR0018329
Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 102
Wet financiële dienstverlening
1. Het is een financiële dienstverlener die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet:
a. beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 9 van de Wet op het consumentenkrediet;
b. is ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 3 of artikel 20 van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf;
c. beschikt over een ontheffing als bedoeld in artikel 5 of 21a van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf of de artikelen 6, derde lid, of 31, vijfde lid, of 32, vierde lid, of artikel 38, vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992;
d. bemiddelt in krediet en in dat verband een schriftelijke provisieovereenkomst is aangegaan met een financiële dienstverlener als bedoeld in onderdeel a;
e. optreedt als adviseur; of
f. overeenkomsten inzake krediet, bij het aangaan waarvan hypothecaire zekerheid wordt verleend, dan wel met betrekking waartoe reeds hypothecaire zekerheid bestaat, aanbiedt of daarin bemiddelt, toegestaan zonder vergunning of ontheffing zijn werkzaamheden voort te zetten, onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden.
2. De financiële dienstverlener vraagt binnen een maand na inwerkingtreding van deze wet een vergunning of ontheffing aan bij de toezichthouder en legt binnen drie maanden na deze aanvraag de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 17, aan de toezichthouder over.
3. Het eerste lid is van toepassing op de financiële dienstverlener totdat de toezichthouder op zijn vergunningaanvraag heeft beslist. Indien een vergunningaanvraag door de toezichthouder is afgewezen, is op deze financiële dienstverlener artikel 22van overeenkomstige toepassing.
4. De toezichthouder beslist binnen 12 maanden na inwerkingtreding van deze wet op een aanvraag als bedoeld in het tweede lid. Bij ministeriële regeling kan deze termijn twee maal worden verlengd met een periode van maximaal een half jaar.
5. De financiële dienstverlener die op grond van het tweede lid een vergunning of ontheffing heeft aangevraagd wordt ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 23. De toezichthouder haalt de inschrijving door zodra hij op de aanvraag heeft beslist.
a. beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 9 van de Wet op het consumentenkrediet;
b. is ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 3 of artikel 20 van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf;
c. beschikt over een ontheffing als bedoeld in artikel 5 of 21a van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf of de artikelen 6, derde lid, of 31, vijfde lid, of 32, vierde lid, of artikel 38, vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992;
d. bemiddelt in krediet en in dat verband een schriftelijke provisieovereenkomst is aangegaan met een financiële dienstverlener als bedoeld in onderdeel a;
e. optreedt als adviseur; of
f. overeenkomsten inzake krediet, bij het aangaan waarvan hypothecaire zekerheid wordt verleend, dan wel met betrekking waartoe reeds hypothecaire zekerheid bestaat, aanbiedt of daarin bemiddelt, toegestaan zonder vergunning of ontheffing zijn werkzaamheden voort te zetten, onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden.
2. De financiële dienstverlener vraagt binnen een maand na inwerkingtreding van deze wet een vergunning of ontheffing aan bij de toezichthouder en legt binnen drie maanden na deze aanvraag de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 17, aan de toezichthouder over.
3. Het eerste lid is van toepassing op de financiële dienstverlener totdat de toezichthouder op zijn vergunningaanvraag heeft beslist. Indien een vergunningaanvraag door de toezichthouder is afgewezen, is op deze financiële dienstverlener artikel 22van overeenkomstige toepassing.
4. De toezichthouder beslist binnen 12 maanden na inwerkingtreding van deze wet op een aanvraag als bedoeld in het tweede lid. Bij ministeriële regeling kan deze termijn twee maal worden verlengd met een periode van maximaal een half jaar.
5. De financiële dienstverlener die op grond van het tweede lid een vergunning of ontheffing heeft aangevraagd wordt ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 23. De toezichthouder haalt de inschrijving door zodra hij op de aanvraag heeft beslist.