BWBR0016637
Geldig vanaf 2014-03-01
Artikel 108
Wet op de jeugdzorg
1. Indien de aanvaarding van de rechtspersoon, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/302" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 302, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek</a>eindigt, gaat met ingang van het tijdstip van de beëindiging elke voogdij die was opgedragen aan die rechtspersoon van rechtswege over op de stichting in de provincie waar de desbetreffende minderjarige duurzaam verblijft.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de aanvaarding van de in <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/254" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 254, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek</a>bedoelde rechtspersoon eindigt.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de aanvaarding van de in <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/254" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 254, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek</a>bedoelde rechtspersoon eindigt.