BWBR0016637
Geldig vanaf 2014-03-01
Artikel 2u
Wet op de jeugdzorg
1. Teneinde het burgerservicenummer van de cliënt vast te stellen, raadplegen de zorgaanbieder en de stichting het nummerregister en de voorzieningen, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0022428/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3, eerste lid, onder b en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer</a>.
2. De zorgaanbieder en de stichting kunnen de raadpleging, bedoeld in het eerste lid, achterwege laten, indien:
a. het burgerservicenummer is verstrekt door een gebruiker als bedoeld in artikel 1 van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, die bij of krachtens de wet gehouden is het burgerservicenummer van de cliënt vast te stellen aan de hand van het nummerregister en de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, of
b. zij het burgerservicenummer hebben verkregen uit een basisadministratie van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 2 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.
2. De zorgaanbieder en de stichting kunnen de raadpleging, bedoeld in het eerste lid, achterwege laten, indien:
a. het burgerservicenummer is verstrekt door een gebruiker als bedoeld in artikel 1 van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, die bij of krachtens de wet gehouden is het burgerservicenummer van de cliënt vast te stellen aan de hand van het nummerregister en de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, of
b. zij het burgerservicenummer hebben verkregen uit een basisadministratie van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 2 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.