BWBR0016637
Geldig vanaf 2014-03-01
Artikel 2p
Wet op de jeugdzorg
1. Indien een melding betrekking heeft op een jeugdige die jonger is dan twaalf jaren wordt de mededeling, bedoeld in artikel 34 van de Wet bescherming persoonsgegevensgedaan aan zijn wettelijk vertegenwoordiger. Indien de jeugdige de leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, wordt de mededeling zowel aan de jeugdige als zijn wettelijk vertegenwoordiger gedaan. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen omtrent de mededeling.
2. Indien de jeugdige jonger is dan twaalf jaren wordt een verzoek als bedoeld in de artikelen 35en 36 van de Wet bescherming persoonsgegevensof een aantekening van verzet als bedoeld in artikel 40 van die wetgedaan door zijn wettelijk vertegenwoordiger. Indien de jeugdige de leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, wordt het verzoek of de aantekening van verzet gedaan door de jeugdige en zijn wettelijk vertegenwoordiger gezamenlijk.
2. Indien de jeugdige jonger is dan twaalf jaren wordt een verzoek als bedoeld in de artikelen 35en 36 van de Wet bescherming persoonsgegevensof een aantekening van verzet als bedoeld in artikel 40 van die wetgedaan door zijn wettelijk vertegenwoordiger. Indien de jeugdige de leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, wordt het verzoek of de aantekening van verzet gedaan door de jeugdige en zijn wettelijk vertegenwoordiger gezamenlijk.