BWBR0016637
Geldig vanaf 2014-03-01
Artikel 29k
Wet op de jeugdzorg
1. Een machtiging kan slechts worden ten uitvoer gelegd in een door Onze Ministers daartoe aangewezen accommodatie van een zorgaanbieder. De aanwijzing geschiedt niet dan na overleg met de provincie waarin de accommodatie is gelegen.
2. De rechter kan, indien het een jeugdige betreft van 12 jaar of ouder, op verzoek van de betrokken stichting of de raad voor de kinderbescherming, in zijn beschikking inzake de machtiging bepalen dat deze in afwijking van het eerste lid, ten uitvoer wordt gelegd in een inrichting als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011756/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, onder b van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen</a>. De eerste volzin wordt slechts toegepast met betrekking tot een jeugdige die op het tijdstip waarop een machtiging wordt verleend op basis van een veroordeling is opgenomen in een inrichting. Toepassing geschiedt slechts met instemming van de jeugdige of indien deze de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, met instemming van de jeugdige en degene die het gezag over hem heeft. De tenuitvoerlegging in een inrichting geschiedt slechts voor de termijn die nodig is om een behandeling of opleiding af te ronden. Op de tenuitvoerlegging is de <a href="/wet/BWBR0011756" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen</a>van toepassing. Een besluit als bedoeld in artikel 29b, vierde lid, geeft alsdan, in afwijking van artikel 3, aanspraak op verblijf als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011756/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen</a>.
2. De rechter kan, indien het een jeugdige betreft van 12 jaar of ouder, op verzoek van de betrokken stichting of de raad voor de kinderbescherming, in zijn beschikking inzake de machtiging bepalen dat deze in afwijking van het eerste lid, ten uitvoer wordt gelegd in een inrichting als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011756/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, onder b van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen</a>. De eerste volzin wordt slechts toegepast met betrekking tot een jeugdige die op het tijdstip waarop een machtiging wordt verleend op basis van een veroordeling is opgenomen in een inrichting. Toepassing geschiedt slechts met instemming van de jeugdige of indien deze de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, met instemming van de jeugdige en degene die het gezag over hem heeft. De tenuitvoerlegging in een inrichting geschiedt slechts voor de termijn die nodig is om een behandeling of opleiding af te ronden. Op de tenuitvoerlegging is de <a href="/wet/BWBR0011756" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen</a>van toepassing. Een besluit als bedoeld in artikel 29b, vierde lid, geeft alsdan, in afwijking van artikel 3, aanspraak op verblijf als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011756/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen</a>.