BWBR0016637
Geldig vanaf 2014-03-01
Artikel 53
Wet op de jeugdzorg
1. De stichting kan, onverminderd de <a href="/wet/BWBR0011468" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet bescherming persoonsgegevens</a>, in de gevallen, bedoeld in artikel 7, zesde lid, of indien dit voor de uitoefening van de taken genoemd in artikel 11, eerste lid, noodzakelijk is te achten, zonder toestemming van degene die het betreft persoonsgegevens verwerken.
2. De stichting kan zonder toestemming van degene die het betreft slechts bijzondere gegevens als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011468/artikel/16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens</a>verwerken indien uit een melding redelijkerwijs een vermoeden van kindermishandeling kan worden afgeleid dan wel sprake is van een geval als bedoeld in artikel 7, zesde lid.
3. Degene die op grond van een wettelijk voorschrift of op grond van zijn ambt of beroep tot geheimhouding is verplicht kan, zonder toestemming van degene die het betreft, aan een stichting inlichtingen verstrekken, indien dit noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van kindermishandeling te beëindigen of een redelijk vermoeden van kindermishandeling te onderzoeken.
2. De stichting kan zonder toestemming van degene die het betreft slechts bijzondere gegevens als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011468/artikel/16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens</a>verwerken indien uit een melding redelijkerwijs een vermoeden van kindermishandeling kan worden afgeleid dan wel sprake is van een geval als bedoeld in artikel 7, zesde lid.
3. Degene die op grond van een wettelijk voorschrift of op grond van zijn ambt of beroep tot geheimhouding is verplicht kan, zonder toestemming van degene die het betreft, aan een stichting inlichtingen verstrekken, indien dit noodzakelijk kan worden geacht om een situatie van kindermishandeling te beëindigen of een redelijk vermoeden van kindermishandeling te onderzoeken.