BWBR0016637
Geldig vanaf 2014-03-01
Artikel 14
Wet op de jeugdzorg
1. De stichting legt jaarlijks vóór 1 juni een verslag ter openbare inzage, waarin zij verantwoording aflegt van het beleid dat zij in het afgelopen kalenderjaar heeft gevoerd ter uitvoering van artikel 13, tweede, vierde en vijfde liden van de regels gesteld krachtens artikel 13, zevende lid, alsmede van de kwaliteit van de uitvoering van haar taken.
2. In dat verslag geeft zij daartoe onder meer aan:
a. op welke wijze zij cliënten bij haar kwaliteitsbeleid heeft betrokken;
b. de frequentie waarmee en de wijze waarop binnen de stichting kwaliteitsbeoordeling heeft plaats gevonden en het resultaat daarvan;
c. welk gevolg zij heeft gegeven aan klachten en meldingen over de kwaliteit van de uitvoering van haar taken.
3. De stichting zendt een afschrift van het verslag aan gedeputeerde staten van de betrokken provincie, de raad voor de kinderbescherming en aan de inspectie, alsmede aan cliëntenorganisaties en pleegouderorganisaties.
2. In dat verslag geeft zij daartoe onder meer aan:
a. op welke wijze zij cliënten bij haar kwaliteitsbeleid heeft betrokken;
b. de frequentie waarmee en de wijze waarop binnen de stichting kwaliteitsbeoordeling heeft plaats gevonden en het resultaat daarvan;
c. welk gevolg zij heeft gegeven aan klachten en meldingen over de kwaliteit van de uitvoering van haar taken.
3. De stichting zendt een afschrift van het verslag aan gedeputeerde staten van de betrokken provincie, de raad voor de kinderbescherming en aan de inspectie, alsmede aan cliëntenorganisaties en pleegouderorganisaties.