BWBR0016637
Geldig vanaf 2014-03-01
Artikel 29d
Wet op de jeugdzorg
1. Een verzoek, gericht op het verkrijgen van een machtiging of een voorlopige machtiging, wordt ingediend door de stichting van de provincie waar de jeugdige duurzaam verblijft. Indien het verzoek betrekking heeft op een jeugdige die onder toezicht is gesteld, of ten aanzien van wie tevens een ondertoezichtstelling wordt verzocht, dan wel ten aanzien van wie de stichting de voogdij uitoefent, wordt het verzoek ingediend door de stichting van de provincie waar de jeugdige zijn woonplaats heeft of door de raad voor de kinderbescherming.
2. Op verzoeken als bedoeld in het eerste lid, is <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/265" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 265, eerste, derde en vierde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek</a>, alsmede de eerste afdeling van de <a href="/wet/BWBR0001827" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">zesde titel van Boek 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>, van overeenkomstige toepassing.
2. Op verzoeken als bedoeld in het eerste lid, is <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/265" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 265, eerste, derde en vierde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek</a>, alsmede de eerste afdeling van de <a href="/wet/BWBR0001827" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">zesde titel van Boek 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>, van overeenkomstige toepassing.