BWBR0016637
Geldig vanaf 2014-03-01
Artikel 39
Wet op de jeugdzorg
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van de uitkeringen, bedoeld in artikel 37. Deze regels kunnen betrekking hebben op:
a. het bedrag van de uitkeringen, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald;
b. de aanvraag van de uitkeringen en de besluitvorming daarover;
c. de voorwaarden waaronder de uitkeringen worden verleend;
d. de verplichtingen van de provincies;
e. de vaststelling van de uitkeringen;
f. de intrekking of wijziging van de verlening of de vaststelling van de uitkering;
g. de betaling of de terugvordering van de uitkeringen en het verlenen van voorschotten.
2. Bij regeling van Onze Ministers worden regels gesteld ten aanzien van subsidies als bedoeld in artikel 38, eerste lid. Deze regels kunnen betrekking hebben op de onderwerpen, genoemd in het eerste lid.
a. het bedrag van de uitkeringen, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald;
b. de aanvraag van de uitkeringen en de besluitvorming daarover;
c. de voorwaarden waaronder de uitkeringen worden verleend;
d. de verplichtingen van de provincies;
e. de vaststelling van de uitkeringen;
f. de intrekking of wijziging van de verlening of de vaststelling van de uitkering;
g. de betaling of de terugvordering van de uitkeringen en het verlenen van voorschotten.
2. Bij regeling van Onze Ministers worden regels gesteld ten aanzien van subsidies als bedoeld in artikel 38, eerste lid. Deze regels kunnen betrekking hebben op de onderwerpen, genoemd in het eerste lid.